Important Information
Netherlands

Grondbeginselen basisimplementatie Single Digital Gateway - verordening Bureau NC-

Inhoudsopgave
Inhoudsopgave............................................................................................................................. 1
De SDG in het kort........................................................................................................................ 2
YourEurope .......................................................................................................................................2
Pijlers.................................................................................................................................................2
Doel van dit document......................................................................................................................2
Contact..............................................................................................................................................2
Algemene Uitgangspunten............................................................................................................ 3
NL-implementatie ........................................................................................................................ 4
Informeren en ondersteuning...........................................................................................................4
Procedures........................................................................................................................................6
Once-only principe............................................................................................................................7
2
De SDG in het kort
Om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven ook digitaal makkelijk de grens over kunnen, is een
Europese verordening in werking getreden die zal gaan voorzien in een zogeheten ‘Single Digital
Gateway’, kortweg SDG. Deze SDG wordt één centrale digitale toegangspoort voor inwoners en
ondernemers die in een ander EU-land willen wonen of zakendoen. Gebruikers kunnen informatie
vinden over Europese en nationale regels, procedures om aan die regels te voldoen, met EU- en
nationale ondersteuningsdiensten. De informatie en procedures die digitaal toegankelijk worden
gaan over allerlei activiteiten van inwoners en ondernemers, zoals reizen, werk, onderwijs,
gezondheidszorg, pensionering, belasting betalen, burgerzaken, familiezaken, belastingaangifte,
sociale verzekeringen, het starten, exploiteren en sluiten van een bedrijf, financiering etc.
YourEurope
De vindplek van deze poort wordt het al bestaande
YourEurope.eu. Alle Europese overheden en de Europese
Commissie werken hierin samen. Zij slaan de handen ineen
voor een betere dienstverlening voor alle burgers en
bedrijven binnen de EU.
Pijlers
De SDG steunt op drie hoofdpijlers. In het kort:
Informatie over rechten en plichten volgens regels van de EU
en van de lidstaten;
Toegang tot een breed scala aan online procedures;
Ondersteuning bij vragen of problemen.
Er komt hiernaast voor enkele specifieke procedures een systeem voor het uitwisselen van digitale
documenten die als bewijsstuk dienen. Volgens het ‘once only’-principe, het eenmaligheidsbeginsel,
hoeven gebruikers dezelfde informatie maar éénmaal aan een overheidsdienst te verstrekken.
Andere diensten, in het ‘eigen’ en in andere EU-landen, kunnen die informatie dan hergebruiken.
Doel van dit document
Richting geven aan de interpretatie van de SDG-verordening, in relatie tot de implementatie daarvan.
Contact
Voor meer informatie is het team van bureau Nationaal Coördinator bereikbaar via:
T: (070) 260 00 06
E: bNC-SDG@ictu.nl
W: https://sdg.pleio.nl/
3
Algemene Uitgangspunten
o Iedere dienstverlenende overheidsorganisatie is en blijft zélf bestuurlijk verantwoordelijk
voor het voldoen aan de eisen van de SDG-verordening.
o Nederland kiest voor een stapsgewijze implementatie van de SDG-verordening. Dit wordt
richting gegeven door de basisimplementatie waar alle Nederlandse dienstverleners aan
moeten voldoen en dat vervolgens elke organisatie zelf kan bepalen of, en zo ja hoe, zij
hierop uitbreiden.
o De implementatie kan per dienstverlener verschillen, ook in snelheid en ambitieniveau, met
de basisimplementatie als minimum.
o De SDG borduurt als nieuwe Europese regelgeving voor een groot gedeelte voort op in
Nederland reeds geldende wetten en regels zoals de AWB, Dienstenwet en de AVG. De SDGverordening sluit ook aan op staand Nederlands beleid rondom hergebruik van gegevens en
de digitale overheid. (Hierover verschijnt een juridische analyse)
o De kosten voor de implementatie van de verordening worden gedragen door dienstverleners
zelf. Dit is aangegeven in de kabinetsreactie in het onderhandelingsproces en past bij het
gegeven dat zij zélf verantwoordelijk zijn voor de implementatie en daarnaast bij het feit dat
de meeste wettelijke verplichtingen in de SDG-verordening al eerder waren vastgesteld.
o Bestaande generieke bouwblokken worden zo veel als mogelijk gebruikt om invulling te
geven aan de te behalen implementatiedoelen. Daar waar noodzakelijk kunnen nieuwe
generieke oplossingen ontwikkeld worden, om op een eenduidige en makkelijke wijze te
voldoen aan de SDG-eisen.
4
NL-implementatie
De NL-implementatie gaat uit van een basisniveau (voorheen minimale variant genoemd) en wordt
vormgegeven rondom drie actielijnen, zoals benoemd in de implementatie tijdlijn in de SDGverordening, te weten:
o Informeren (Annex I) en Ondersteuning (Annex III) – binnen 2 jaar/4 jaar voor lokale
overheden)
o Procedures (Annex II) – binnen 5 jaar
o Het Once-only principe (geldt voor procedures uit Annex II) – binnen 5 jaar
Informeren en ondersteuning
Overheidsdiensten gaan burgers en bedrijven informeren over diensten die relevant zijn bij
grensoverschrijdende activiteiten. Dit informeren is de eerste pijler van de SDG. Informeren gebeurt
online, via links naar websites die via de SDG op een centrale manier toegankelijk zijn voor alle
burgers en bedrijven in de EU. Of iemand nu zoekt in zijn of haar eigen land of in een ander EU-land:
de informatie is voor iedereen hetzelfde. Vandaar dat de informatie ook in het Engels beschikbaar
moet zijn (naast de taal van de lidstaat zelf). Verder moet de informatie voldoen aan kwaliteitseisen.
Dat houdt in dat de informatie gebruiksvriendelijk is, actueel, accuraat en volledig is, in begrijpelijke
taal is gesteld en een duidelijke structuur en presentatie heeft. De informatie die beschikbaar komt
gaat over reizen, werk en pensioen, voertuigen, verblijf, onderwijs of stage, gezondheidszorg, en
burger- en familierechten. In ‘Annex I’ van de Europese SDG-verordening staan de onderwerpen
beschreven. De termijn waarbinnen overheidsdiensten deze informatie beschikbaar moeten hebben
voor Europees gebruik is eind 2020. Gemeenten krijgen twee jaar langer de tijd: tot eind 2022.
Het kan zijn dat mensen vastlopen in de toegangspoort of dat de informatie en procedures vragen
oproepen. Dan moeten overheidsdiensten hulp en ondersteuning bieden. Het is niet nodig om
nieuwe diensten te ontwikkelen. Overheidsdiensten kunnen volstaan met het aanbieden van de
bestaande diensten, op zo’n manier dat alle EU-burgers deze digitaal kunnen vinden en begrijpen.
Dat gebeurt via links naar diensten die voor ondersteuning zorgen en die problemen oplossen. Deze
diensten moeten, net als de informatie, eind 2020 beschikbaar zijn. Ook hier geldt voor gemeenten
een twee jaar langere termijn: tot eind 2022.
Uitgangspunten:
o Het verstrekken van informatie over de diensten van overheden uit Annex I en III, op een wijze
die voldoet aan de eisen van de SDG-verordening, is de verantwoordelijkheid van het voor deze
diensten verantwoordelijke bestuursorgaan.
o Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen ervoor kiezen om gemeenschappelijke teksten
te formuleren.
o De portalen Rijksoverheid.nl en Ondernemersplein.kvk.nl publiceren (in het Engels) informatie
over diensten van de rijksoverheid. De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de juistheid van
deze informatie blijft bij de organisaties die deze dienst daadwerkelijk uitvoeren. De optie deze
portalen uit te breiden tot alle voor de SDG relevante diensten en producten wordt onderzocht.
o Voor een optimale klantreis is een verbindende interface nodig die verwijst naar Nederlandse
diensten en die aansluit op levensgebeurtenissen van de doelgroep. Rijksoverheid.nl en
Ondernemersplein.kvk.nl zijn in staat om voor EU-burgers en bedrijven de Nederlandse diensten
op verschillende gebruiksvriendelijke manieren te ontsluiten. Bijv. aan de hand van klantreizen
(‘studeren in NL’), thema’s (‘ondernemen in NL’) en zoeken. Het is belangrijk om hierbij synergie
5
te zoeken met andere initiatieven die reeds op dit vlak lopen, bijvoorbeeld in het kader van de
Agenda Digitale Overheid NLDIGIbeter.
o In het Your Europe-portal moeten niet alleen de links naar diensten vindbaar zijn, maar ook de
volledige informatie die een EU-burger of bedrijf nodig heeft om aan zijn rechten en plichten te
voldoen, incl. de verwijzing naar de wettelijke grondslag ervan.
o Alleen die informatieproducten die bijdragen aan het functioneren van de interne markt in de EU
worden afgenomen. Er wordt alleen informatie over die producten en diensten aangeboden die
aantoonbaar door een significant aantal Europeanen wordt gebruikt.
o Jaarlijks zal aan de hand van het beschikbare budget en inzicht in het daadwerkelijk gebruik
nieuwe informatieproducten worden gekozen om vertaald te worden. Hierbij kunnen partijen
gebruik maken van de door de Europese Commissie beschikbaar gestelde vertaalcapaciteit.
o Op het gebied van ‘informeren’ is het op basis van eerder bestaande wetgeving al veel verplicht.
Met de SDG-verplichting komen er enkele bedrijfsproducten bij en ook de burgerproducten,
maar redelijk groot deel hiervan is al opgenomen in de Samenwerkende Catalogi. Daarbij zijn de
vereisten aan de informatie vanuit de SDG-verordening wat anders.
6
Procedures
Het online beschikbaar zijn van procedures vormt de tweede pijler van de SDG-verordening. Het gaat
hierbij om twee soorten procedures.
Ten eerste moeten procedures die al online worden aangeboden aan ingezetenen opengesteld voor
burgers en bedrijven uit andere EU-landen, indien die procedures relevant zijn bij
grensoverschrijdende zaken.
Ten tweede worden 21 specifieke procedures benoemd in ‘Annex 2’ van de verordening, die volledig
online beschikbaar moeten worden gemaakt in het Engels en in de landstaal. Een paar concrete
voorbeelden: de aanvraag van een geboortebewijs of een bewijs van verblijf, de registratie van een
adreswijziging, en de aanvraag van studiefinanciering. Mensen moeten elke stap elektronisch kunnen
afleggen. Daar hoort dus bij het zich identificeren, documenten opsturen en aanvragen
ondertekenen. Als alle EU-burgers en bedrijven op dezelfde manier toegang hebben, zonder dat
uitmaakt in welk land ze wonen of gevestigd zijn, wordt iedereen gelijk behandeld. Mensen uit
andere EU-landen mogen niet meer tegen extra belemmeringen aanlopen.
Deze procedures moeten eind 2023 deel uitmaken van de SDG.
Uitgangspunten:
o De 21 procedures die genoemd staan in Annex 2 van de verordening worden met voorrang
opgepakt.
o Vervolgens worden de procedures geschikt gemaakt die relevant zijn voor grensoverschrijdend
gebruik en daadwerkelijk door een significant aantal Europeanen wordt gebruikt.
o Er wordt een handreiking gemaakt voor overheden om meer duidelijkheid te geven bij het
bepalen of een dienst relevant is voor grensoverschrijdend verkeer.
o Er wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van bestaande ondersteunende oplossingen voor
gegevensuitwisseling zoals eIDAS voor authenticatie, eDelivery, het IMI-systeem en de
berichtenbox voor bedrijven.
o Met de aanpassing van de AWB móeten overheden hun diensten al digitaal aanbieden.
Daarnaast moeten overheden vanuit de dienstenwet al aansluiten op de berichtenbox voor
bedrijven.
o Daar waar het gebruik van gemeenschappelijk voorzieningen een kosten en/of
kwaliteitsvoordeel kan opleveren, zullen zaken gemeenschappelijk worden opgepakt. Indien
nuttig en nodig kunnen er nieuwe gemeenschappelijke voorzieningen ontwikkeld worden.
7
Once-only principe
De SDG benoemt ook het -op verzoek van de gebruiker- digitaal documenten uit kunnen wisselen
tussen lidstaten onderling, waar het gaat om de procedures die specifiek in ‘Annex 2’ genoemd
staan. Ook hier staat, net als bij de drie pijlers van de SDG, het gebruikersgemak voor EU-burgers en
bedrijven voorop. Uitgangspunt is dat mensen een document maar één keer hoeven te verstrekken:
het Once-only principe, of het eenmaligheidsbeginsel. Eind 2023 moet het principe gelden in alle EUlanden.
Uitgangspunten:
o Nederland is geen voorstander van een groot, centraal beheerd, Europees IT-systeem dat
grensoverschrijdende eenmalige gegevensuitwisseling tussen dienstverleners mogelijk gaat
maken. In plaats daarvan wil NL inzetten op een decentrale architectuur op basis van reeds
bestaande standaarden en bouwblokken (bv. sTESTA netwerk, eDelivery, eIDAS en IMI).
o Nederland beïnvloedt actief de besluitvorming hieromtrent door deelname in het TOOP-project
en zijn opvolger DE4A.
o Nederland geeft de voorkeur aan een oplossingsrichting van drie verschillenden snelheden: (a)
maximaal gebruik maken van bestaande, sectorale gegevensuitwisseling (bv. BRIS, PIEZO, EESSI),
(b) structurele uitwisseling van authentieke, gestructureerde gegevens voor uitwisselingen met
een hoog verwacht volume en (c) incidentele uitwisselingen, gebruik makend van IMI, als fallback.
o Nederland trekt hiervoor met buurlanden op om grensoverschrijdende samenwerking actief
vorm te geven door middel van kleinschalige werkende pilots.
o Nederland deelt actief de Nederlandse ervaring en best practices van eenmalige
gegevensuitwisseling met de EU en andere lidstaten.
Noot: Dit document wordt jaarlijks een aantal maal geactualiseerd aan de hand van de inzichten die
worden opgedaan in de werkgroepen/stuurgroepen in NL, implementatie-ervaringen die worden
opgedaan, maar ook vanuit de guidance die Europa op dit onderwerp geeft.
Vanuit Europa kan Nederland leren van implementaties (en keuzes) van andere lidstaten. Daarnaast
zullen ook de zogeheten ‘implementing acts’ van invloed zijn op hoe de basisimplementatie vorm
krijgt. Kortom, dit is een levend document

Date
02 May 2024
Author (s)
research
Source
No items found.
Readers' comments
No items found.