Important Information
The Dutch Tax Scandal

Marnix van Rij informeert Tweede Kamer over eerste deel onderzoek werkwijze voormalig Combiteam Aanpak Facilitators

Reactie onderzoek deel I werkwijze voormalig Combiteam Aanpak Facilitators

Kamerstuk | 05-07-2023

Staatssecretaris Van Rij van Financiën informeert de Tweede Kamer over het eerste deel van het onderzoek naar de werkwijze van het voormalig Combiteam Aanpak Facilitators (CAF).Lees hieronder de reactie:Reactie onderzoek deel I werkwijze voormalig Combiteam Aanpak Facilitators

Bijlagen

  • Tussenrapport onderzoeksvraag deel 1a inzake Onderzoek Werkwijze CAF (deel 1)
  •  
  • Tussenrapport onderzoeksvraag deel 1a inzake Onderzoek Werkwijze CAF (deel 1) | Rapport | Rijksoverheid.nl
  • Tussenrapport onderzoeksvraag deel 1a inzake Onderzoek Werkwijze CAF (deel 2)
  • Reactie onderzoek deel I werkwijze voormalig Combiteam Aanpak Facilitators | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl
  • Rapport | 28-06-2023
  • Beslisnota bij Kamerbrief met reactie op onderzoeken en werkwijze voormalig CAF-team
  • In een beslisnota staat achtergrondinformatie die bewindspersonen gebruiken bij de besluitvorming over een Kamerstuk. Beslisnota ...
  • Beleidsnota | 03-07-2023
  • Tussenrapport onderzoeksvraag deel 1a inzake Onderzoek Werkwijze CAF (deel 3)
  • Tussenrapport (deel 3 van 3) van onderzoek naar aanleiding van de door KPMG uitgevoerde werkzaamheden in het kader van de ...
  • Rapport | 28-06-2023
  • Reactie onderzoek deel 1 werkwijze voormalig Combiteam Aanpak FacilitatorsBestuurlijke en PolitiekeZakenKorte Voorhout 72511 CW Den HaagPostbus 202012500 EE Den Haagwww.rijksoverheid.nl/finOns kenmerk2023-0000161005Uw brief (kenmerk)Bijlagen1. Rapport deel I werkwijzevoormalig CombiteamAanpak Facilitators> Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den HaagVoorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalPostbus 200182500 EA DEN HAAGPagina 1 van 7Datum 5 juli 2023Betreft Reactie onderzoek deel I werkwijze voormaligCombiteam Aanpak FacilitatorsGeachte voorzitter,In de afgelopen periode heb ik op verschillende momenten met uw Kamergesproken over het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) en de rol en werkwijzevan dit team binnen de Belastingdienst. Onder andere naar aanleiding van vragenvan de heer Omtzigt heb ik uw Kamer in mijn brief van 25 januari jl. laten wetenhet wenselijk te achten dat er volledige duidelijkheid komt over de onderzoekenen werkwijze van het voormalig CAF-team.1 Na een gunning is KPMG ditonderzoek in februari gestart, en met deze brief bied ik uw Kamer rapport naaraanleiding van het eerste deel van het onderzoek aan. Het tweede deel van ditonderzoek zal naar verwachting eind dit jaar worden afgerond.Met dit onderzoek is KPMG tot een aantal eerste bevindingen gekomen over depositionering en werkwijze van het CAF-team. Op basis van dit eerste deel vanhet onderzoek kunnen echter nog geen conclusies worden getrokken over hoe hetCAF-team in de praktijk te werk is gegaan. Dit kan pas gebeuren als in hettweede deel van het onderzoek de CAF-dossiers zijn getoetst op basis van eentoetsingskader dat wordt opgesteld door KPMG. Wanneer deze toetsing heeftplaatsgevonden zal er beter inzicht ontstaan in de werkwijze van het CAF-team.In deze brief ga ik in op de bevindingen uit dit eerste deel van het onderzoek.Het onderzoekKPMG is in februari 2023 gestart met het onderzoek naar de werkwijze van hetvoormalig CAF-team. De onderzoekers hebben de beschikking gekregen over alleCAF-dossiers zoals gearchiveerd bij de Belastingdienst. Daarnaast heeft KPMGdocumentatie opgevraagd, die met hulp van de betrokken directies beschikbaar isgesteld. Ook heeft KPMG interviews gehouden met de verschillende betrokkenenbij het voormalig CAF-team.Het onderzoek bestaat uit twee delen. In deel Ia wordt de werkwijze en degovernance van het CAF-team beschreven. In deel II worden de dossiersvervolgens getoetst aan de hand van een toetsingskader dat door KPMG wordtopgesteld (deel Ib). Het onderzoek zal in twee delen worden opgeleverd omdat de1 Kamerstukken II, 2021-2022, 31066, nr. 957.Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 2 van 7inhoud van de CAF-dossiers diverser van aard is dan verwacht en de toetsinghiervan meer tijd kost dan verwacht. Het rapport naar aanleiding van het eerstedeel van het onderzoek is gereed en deel ik met deze brief met uw Kamer.De centrale vraag binnen deel Ia van het onderzoek is: “In welke structuur enonder welke waarborgen opereerde/functioneerde het CAF binnen deBelastingdienst?” Hierbij is onderzocht wat de ophanging van het CAF-teambinnen de Belastingdienst was, hoe de aansturing was ingeregeld en welke actieshet CAF-team uitvoerde.Onderscheid CAF-team en CAF-zakenHet is van belang om bij dit onderzoek bewust te zijn van het verschil tussen hetCAF-team zelf en de toeslaggerelateerde zaken die ook als CAF-zaken wordenaangeduid, waar eerder onderzoek naar is gedaan door de Commissie Donner2 endoor de ADR.3 Het is ook van belang om te benadrukken dat het CAF-team, naastonderzoeken over Toeslagen, ook andere onderwerpen heeft onderzocht. HetCAF-team bood naar aanleiding van onderzoek signalen uit onderzoek aan bijbijvoorbeeld directies Toeslagen, Particulieren en MKB voor opvolging. Dezewerkwijze wordt in het onderzoek en in deze brief nader toegelicht. “CAF-zaken”is de benaming die bij sommige directies werd gehanteerd indien door eendirectie besloten werd om signalen vanuit het CAF-team verder te onderzoeken.Binnen Toeslagen werden alle door Toeslagen opgestarte onderzoeken naarmogelijk misbruik of oneigenlijk gebruik van toeslagen in georganiseerd verbandaanvankelijk gedocumenteerd met een referentie naar het woord “CAF”. Het CAFteam was echter niet bij alle onderzoeken met dit CAF-kenmerk van Toeslagenbetrokken. Het kenmerk “CAF” bij Toeslagen moet in dit geval niet wordenverward met het CAF-team van de Belastingdienst.Oprichting en ophanging CAFIn 2013 ontstond grote politieke en maatschappelijke onrust na deopenbaarmakingen over de zogenaamde Bulgarenfraude en verschillende anderegevallen van fraude. Het politieke en maatschappelijke beeld was destijds dat ergrootschalig fraude werd gepleegd met uitkeringen, en dat een stevig aanpak metbetrekking tot fraudebestrijding de juiste manier was om dit een halt toe teroepen. In een brief aan de Kamer op 4 mei 20134 schreef de toenmaligstaatssecretaris over de maatregelen die toen al waren getroffen omsysteemfraude tegen te gaan.In reactie op deze beleidsmatig sterke focus op fraudebestrijding besluit de DGBelastingdienst om een Managementteam Fraude (hierna: MT Fraude) in terichten.5 Het MT Fraude werd medio 2013 opgericht als een verbijzondering vanhet managementteam Belastingdienst. Het MT Fraude had als voorzitter de DGBelastingdienst en als leden de directeuren van de volgende dienstonderdelen vande Belastingdienst: Douane, Belastingen, Toeslagen, FIOD, Centrale2 Bijlage bij Kamerstukken II, 2019-2020, 31066, nr. 6083 Bijlage bij Kamerstukken II, 2019-2020, 31066, nr. 6084 Kamerstukken II, 2012-2013, 17050, nr. 4325In de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 (zoals deze luidt in de periode 2013 t/m20185) is geregeld dat de Belastingdienst onder leiding staat van de directeur-generaalBelastingdienst, bijgestaan door een managementteam (het managementteamBelastingdienst).Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 3 van 7Administratieve Processen, Informatievoorziening, Fiscale en Juridische Zaken6 enlater in de tijd de Belastingtelefoon. Daarnaast nam een aantalfraudecoördinatoren van (de uitvoerende) dienstonderdelen en de CFO van deBelastingdienst deel aan het MT Fraude.Het onderzoek laat zien dat in augustus 2013 in het MT Fraude werd besloten totde oprichting van een multidisciplinair team: het Combiteam Aanpak Facilitators(CAF). Doel van het team was om met gericht toezicht op mogelijke facilitatorsfraude in een zo vroeg mogelijk stadium te verstoren en te stoppen. Facilitatorswerden gedefinieerd als personen of organisaties die in georganiseerd verbandzorgen voor het ten onrechte uitbetalen van toeslagen of belastingen. Het CAFteam was vanaf september 2013 operationeel. Het CAF-team was eenmultidisciplinair samenwerkingsverband van diverse professionals werkzaam bijverschillende directies van de Belastingdienst. Deze professionals werkten samenin CAF-verband met behoud van hun eigen rol, verantwoordelijkheid enbevoegdheden (mandaten) en binnen de daarbij geldende kaders. Het CAF-teambestond uit twee teamleiders, een kernteam, een permanente schil en eenflexibele schil. Eind 2013 bestond het gezamenlijke CAF-team (de kern, depermanente en flexibele schil van het CAF) uit circa dertig leden. Eén teamleiderwas voltijdbezig voor het CAF-team, voor de overige kern- en schilteamleden wasdit een taak naast hun functie bij een dienstonderdeel van de Belastingdienst. HetCAF-team was in 2013 bestuurlijk gepositioneerd onder het MT Fraude. Dealgemeen directeur Belastingen, lid van het MT-Fraude, was de verantwoordelijkebestuurder van het CAF en bepaalde (zo nodig in afstemming met het MT Fraude)de koers van het CAF-team. De algemeen directeur Belastingen had geen(gemandateerde) bevoegdheid als bestuursorgaan (inspecteur, ontvanger ofBelastingdienst/Toeslagen) om zich te mengen in individuele dossiers. Daarnaastbestond er vanaf september 2013 een begeleidersgroep, ook bestaande uitverschillende (algemeen) directeuren7, die tweewekelijks bijeenkwam met deteamleiders van het CAF-team om de werkzaamheden te bespreken.Uit het onderzoek blijkt dat er bij het management brede bekendheid was met dewerkzaamheden van het CAF-team. Ook is zichtbaar dat er regelmatig werdgerapporteerd over de werkzaamheden van het CAF bij het MT Fraude en debegeleidersgroep. Het CAF-team rapporteerde aan het MT Fraude via updates aande Algemeen directeur Belastingen en aan de directeur FIOD; aan de laatste metname over nieuw onderkende fraudepatronen. Ook werd de begeleidersgroep opde hoogte gehouden van werkzaamheden en knelpunten via informeleweekverslagen. Het onderzoek laat ook zien dat het CAF-team slechts beperktterugkomt in de verslaglegging van het MT Fraude. Van de oprichting van debegeleidersgroep is geen formele vastlegging gevonden. Ook van de overleggenmet de begeleidersgroep zelf zijn geen notulen gemaakt. Dit leidt ertoe dat denavolgbaarheid van besluiten en besprekingen over de werkzaamheden van hetCAF-team beperkt is.Uit het onderzoek blijkt dat bij het opzetten van het CAF-team snelheid gewenstwas en dat oorspronkelijk verondersteld werd dat het CAF-team een tijdelijk6In het rapport en in deze brief is zoveel mogelijk de meest recente benaming vandienstonderdelen gebruikt ten behoeve van het vergroten van de leesbaarheid van hetrapport.7 De landelijk directeur MKB, de landelijk directeur Particulieren, de directeur Vaktechnieken een beleidsmedewerker uit het team van de algemeen directeur Belastingen.Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 4 van 7karakter van één jaar zou hebben. Het onderzoek geeft aan dat dit ertoe heeftgeleid dat de structuur en waarborgen van het team slechts op hoofdlijnen warenuitgewerkt, en gaandeweg verder zijn ingevuld. Het MT Fraude heeft in 2014besloten het werk van CAF-team door te zetten naar aanleiding van positieveevaluaties. Als in 2015 wordt besloten de taken van het MT Fraude te beleggenbij het MT Belastingdienst, is te zien dat het CAF-team minder vaak op de agendakwam. Ook onderging de positionering van het team verschillende veranderingenin deze periode vanwege reorganisaties binnen de Belastingdienst (die niet methet CAF-team te maken hadden) waardoor de aansturing van het CAF-teamwisselde. Ondanks deze wisselende positionering is wel duidelijk op te maken dathet CAF-team functioneerde onder het MT Fraude, en later rechtstreeks onder hetMT Belastingdienst, beide onder leiding van de DG Belastingdienst en nietonafhankelijk handelde.Op basis van het onderzoek ontstaat het beeld van een relatief informeleorganisatiestructuur, met weinig formeel vastgelegde documentatie. Ik acht hetniet wenselijk dat een team met deze specifieke taken een dergelijke informeleinbedding in de organisatie had, en de navolgbaarheid van besluitvorming ensturing van het team beperkt leek te zijn. Dit zijn ook conclusies die eerder naarvoren zijn gekomen uit de Commissie Borstlap-Joustra over de cultuur bij deBelastingdienst in den brede gedurende deze periode, waarin wordt gesprokenover een “informele werkwijze die in de top van de Belastingdienst gangbaar was,maakt ook dat de wijze van besluitvorming achteraf niet te herleiden is”.8 Ookconcludeerde de commissie dat informele vormen van communicatie de overhandhadden. Hoewel de Commissie Borstlap-Joustra conclusies trekt ten aanzien vande cultuur en werkwijze bij de Belastingdienst in den brede, is de documentatieomtrent het CAF-team opnieuw een voorbeeld van de conclusies die door deCommissie zijn getrokken. De Commissie Borstlap-Joustra heeft ookaanbevelingen gedaan over het verbeteren van de besluitvorming en deinformatiestromen en de vastlegging daarvan bij de Belastingdienst, die zijnovergenomen. De Commissie wees er daarbij onder andere op dat besluitvormingen belangrijke communicatie via formele stukken dient te verlopen, juist omonduidelijkheden daarover op een later moment te voorkomen en het toezicht opde Belastingdienst adequaat te kunnen uitvoeren.Werkwijze en mandaat CAF-teamHet onderzoek van KPMG geeft ook inzicht in de doelstellingen en werkwijze vanhet CAF-team. Het rapport laat zien dat het CAF-team was opgezet met als doelom met gericht toezicht op mogelijke facilitators "fraude in een zo vroeg mogelijkstadium te verstoren en te stoppen”. Het CAF-team onderzocht signalen vandiverse bronnen, met als kenmerken: focus op een facilitator (dus niet opindividuele toeslaggerechtigden en belastingplichtigen), het combineren vanmeerdere informatiebronnen en bevoegdheden (binnen de Belastingdienst), dataanalyse en onderzoek ter plaatse. De opvolging van de bevindingen en eventueeladvies van het CAF-team vond plaats binnen de dienstonderdelen. De betreffendedirecteur van het dienstonderdeel was daarmee verantwoordelijk voor deopvolging die al dan niet aan dit advies werd gegeven.Uit het onder het onderzoek van ADR blijkt bijvoorbeeld dat bijtoeslaggerelateerde CAF-zaken is gestart met de beoordeling van een concreet8 Bijlage bij Kamerstukken II, 2016-2017, 31 066, nr. 330. Kenmerk 2017D02624.Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 5 van 7intern of extern signaal gerelateerd aan een facilitator.9 Het CAF-team gafvervolgens naar aanleiding van onderzoek de bevindingen of eventueel (nietbindend) advies terug aan het relevante dienstonderdeel voor mogelijkeopvolging. Hierna vond, in de toeslaggerelateerde CAF-zaken, binnen de directieToeslagen besluitvorming plaats omtrent aanvragen van individuele personen. Ditproces wordt in het onderzoek door KMPG bevestigd door de toenmalig directeurToeslagen, die stelt dat het werk dat via het CAF-team naar Toeslagen kwam, isverricht door het eigen Toeslagen-team, zijnde IST-team (speciale teams binnenToeslagen die onder meer opvolging gaven aan de bevindingen van het CAFteam). Dit is in lijn met de uitkomsten van het eerdergenoemde ADR-rapport,waarin wordt gesteld dat de beoordeling van het recht op toeslag bij de burgersvond plaats in een IST- of Fraudeteam van Toeslagen, en dus niet bij het CAFteam van de Belastingdienst.In de verschillende startdocumenten wordt gesproken over benodigde“doorzettingsmacht” van het CAF-team. Tegelijkertijd blijkt uit het onderzoek datde werkzaamheden van het CAF-team formeel afgekaderd waren. Het CAF-teamwas geen zelfstandige organisatorische eenheid, en had daarmee ook geenspecifieke organisatiegerichte mandaten, rollen of bevoegdheden. Wel is hetmogelijk dat een medewerker vanuit het CAF-team betrokken was bij een CAFdossier, en vervolgens vanuit het dienstonderdeel betrokken was bij de opvolgingvan de bevindingen en eventuele adviezen van het CAF-team. Uit het onderzoekblijkt dat het niet altijd eenduidig op te maken was of personen die parttimeonderdeel uitmaakten van het CAF-team, werkzaamheden verrichtten vanuit deCAF-rol of vanuit de rol vanuit het dienstonderdeel. Deze vraag zal meegenomenworden in deel twee van het onderzoek, waarin de CAF-dossiers aan de hand vanhet toetsingskader worden getoetst.Leden van het CAF-team beschikten, al naar gelang hun functie bij dedienstonderdelen waaronder zij bleven vallen, over de gemandateerdebevoegdheid om namens een bestuursorgaan (inspecteur, ontvanger ofBelastingdienst/Toeslagen) in individuele zaken besluiten te nemen en tehandelen binnen de daarbij geldende kaders. Uit het onderzoek blijkt dat er bijhet CAF-team geen nadere invulling is gegeven aan de bestaande kaders viaregels, handleidingen, of instructies. Leden van het CAF-team werden dan ookgeacht te werken volgens de bestaande normen en kaders die voortvloeiden uithet mandaat waar zij over beschikten. Het onderzoek laat zien dat uit devastgelegde documentatie niet blijkt of hier nadere afspraken over zijn gemaakt.Zo zijn er bijvoorbeeld ook geen nadere instructies aangetroffen voor hetopstellen van dossiers, omdat hiervoor de bestaande regels en kaders werdengebruikt. Omdat het CAF-team geen organisatorisch mandaat had, ligt deverantwoordelijkheid voor de werkzaamheden van de CAF-medewerkers bij dedirecteur van het betreffende dienstonderdeel van waaruit zij hun mandaatverkregen.Uit het onderzoek blijkt dat er vanuit het MT Fraude een sterke focus lag op de(te boeken) resultaten van het team. In de evaluatie van het CAF-team wordenbijvoorbeeld de positief beoordeelde eerste resultaten en bevindingen van hetteam sterk benadrukt. Er wordt besproken hoe de resultaten voor 2014 (en9 Bijlage bij Kamerstukken II, 2019-2020, 31066, nr. 608Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 6 van 7verder) verbeterd konden worden, met een focus op “sneller doorpakken”, en het“treffen van efficiënte maatregelen in het stoppen van facilitators”. In debespreking van de evaluatie wordt de vraag gesteld of de aanpak niet verderuitgebreid dient te worden en op andere onderwerpen van toepassing kan zijn.Het onderzoek laat niet zien of de instrumenten (het “receptenboek”) of dewerkwijze van het CAF-team ter discussie werden gesteld. Met de beschikbaredocumentatie kan niet worden vastgesteld of kritische vragen zijn gesteld over demanier waarop er selecties werden gemaakt of onderzoeken werden uitgevoerd.Na afronding van deel twee van het onderzoek kan er meer duidelijkheid ontstaanof hier aanleiding toe was.Ten slotte blijkt uit het onderzoek de opdracht om het team experimenteel telaten werken, zolang de experimenten bekend waren en afgestemd waren methet MT Fraude. Er werd in de nadere invulling van het startdocument eennadrukkelijke opdracht gegeven om de grenzen op te zoeken, creatief te zijn,“zaken uit [te] proberen die niet alledaags zijn”, en methoden te gebruikenwaarvan “de juridische kaders nog niet helemaal zijn uitgekristalliseerd”. In hetplan van aanpak is aangegeven “Als niet op voorhand duidelijk is dat iets nietmogelijk is binnen de huidige regelgeving, doen we het.” Daarbij vermeldt hetonderzoek dat de borging van deze grenzen plaatsvond via de advisering van deformeel rechtsdeskundigen bij het CAF-team die onderdeel uitmaakten van devaktechnische infrastructuur. Daarnaast nam de directeur Vaktechniek deel in debegeleidersgroep in zijn rol als adviseur waarbij het MT Fraude verantwoordelijkwas voor de genomen besluiten. Ook geeft het voormalig CAF-team in reactie inhet onderzoek aan dat er niet over grenzen heen is gegaan.Ik acht het risicovol om als management een team aan te sporen tot hetopzoeken van grenzen. Om te garanderen dat medewerkers binnen de grenzenvan de wet hun werk uitvoeren, dienen een goede organisatiestructuur enwaarborgen in plaats te zijn. Zo kunnen grenzen worden bewaakt en kunnendilemma’s worden besproken in het juiste gremium. Bij de toetsing van de CAFdossiers in het tweede deel van het onderzoek kan er meer duidelijkheid ontstaanover de manier waarop het CAF-team daadwerkelijk werkzaamheden uitvoerde.ConclusieIk ben KPMG erkentelijk voor dit eerste deel van het onderzoek, waarmee eenbeter inzicht is ontstaan in de werkwijze en tijdlijn van het voormalig CAF-team.De werkzaamheden van het CAF-team zijn sinds 3 juli 2020 stopgezet. Hetonderzoek geeft een beeld van een team waarvan ophanging en aansturingwisselde met de reorganisaties in deze periode. Besluitvorming en besprekingenover het team zijn beperkt vastgelegd. Dit was onderdeel van een informelecultuur bij de Belastingdienst. Uit het onderzoek blijkt ook dat de rol van het CAFteam zich formeel beperkte tot het onderzoeken van aangeleverde signalen, enhet uitbrengen van niet-bindend advies aan het betrokken dienstonderdeel. Metde kennis van nu acht ik het niet gewenst dat er bij een team met een dergelijkespecifieke opdracht de besluitvorming over en de sturing op de werkzaamhedenslechts beperkt is vastgelegd.Hoewel dit eerste deel een inkijk geeft in de governance en werkwijze van hetCAF-team als geheel, kan op basis van de vastgelegde stukken bijvoorbeeld nietworden geconcludeerd of de werkelijke uitvoering van de werkzaamheden doorhet CAF-team gelijk was aan de uitgesproken ambitie in de startdocumenten.Bestuurlijke en PolitiekeZakenOns kenmerk2023-0000161005Pagina 7 van 7Daarom is het belangrijk dat ook het tweede onderdeel van het onderzoek wordtuitgevoerd voordat er conclusies getrokken kunnen worden. In het tweede deelvan het onderzoek zullen de CAF-dossiers aan de hand van een door KPMG teontwikkelen toetsingskader getoetst worden, zodat er zicht ontstaat op despecifieke werkzaamheden die het CAF-team uitvoerde, de vastlegging in dedossiers, en de adviezen die het CAF-team gaf voor de opvolging op dezedossiers. Als dit onderzoek is afgerond kan er met meer zekerheid wordengeconcludeerd hoe het CAF-team in de uitvoering te werk is gegaan. Naaraanleiding van dit tweede deel van het onderzoek zullen er ook definitieveconclusies worden getrokken over de werkwijze van het voormalig CAF-team.Daarbij merk ik op dat het onderzoek zich zal beperken tot de werkzaamhedenvan het CAF-team, en niet zal ingaan op de opvolging die aan het advies van hetCAF-team werd gegeven door de dienstonderdelen en de gevolgen die dezeopvolging had voor burgers. Ik verwacht het tweede deel van het onderzoek aanhet eind van dit jaar met uw Kamer te kunnen delen.Hoogachtend,de staatssecretaris van Financiën -Fiscaliteit en Belastingdienst,Marnix L.A. van Rij
Date
18 November 2023
Author (s)
research
Source
No items found.
Readers' comments
No items found.