Verhalen van ondernemers
Ondernemers

'Als er maar één pen fout ligt, dan hang je'

Kinderopvanginstelling/reintegratiebureau moeder M. en dochter L.
Failliet in 2015 - Gemeente D.

Het poppenatelier van moeder M. kent een lange historie. Kunstenares, moeder M., start in de jaren ’60 met het maken van sieraden en kleding. Ze heeft ook een kunstgalerie. Ongewoon voor die tijd, een ambitieuze, werkende moeder. Met poppen maken start ze in de jaren '70. De pierrotpoppen krijgen hoofden en -handen van porselein. Later komen er veren bij. Met kralen en exclusieve stoffen is het ontwerp compleet. Zo’n 70 thuiswerkers maken de poppen. De begerenswaardige kunstobjecten van soms wel anderhalf meter hoog vinden hun weg. Op internationale beurzen in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Japan, USA en Canada worden ze door grossiers ingekocht. In het weekend maken moeder en dochter wekelijkse trips naar Parijs om de allermooiste stoffen te bemachtigen. De poppen zijn zo gewild dat ze zelfs in Azië nagemaakt worden. In 2002 stapt dochter L. in het familiebedrijf van haar moeder. De kille wereld van de vakbond en advocatuur verruilt ze voor samenwerken met haar moeder. In de jaren ’90 is moeder M. een reintegratiebedrijf gestart. Eerst in H., toen A. en daarna in D. In 2009 bieden moeder en dochter een plan aan bij de gemeente D. om een kinderdagverblijf toe te voegen aan hun bedrijf. Ze krijgen een oud schoolgebouw aan de rand van de stad toegewezen. Op de bovenverdieping werken ruim 100 mensen aan het assembleren en beschilderen van de poppen. Werken met keramiek, papier maché, veren, kralen en mooie stoffen vult hun uren. Soms een paar uur per week, soms de hele week. Tienermoeders, statushouders, vrouwen met een uitkering, inburgeraars vinden zo een zinvolle dagbesteding, voor hun kinderen wordt gezorgd, ze leren met geld omgaan. De ouders hebben vaak schulden en werden begeleid door het Budget Advies Centrum van D. Op de onderste verdieping leidt L. het kinderdagverblijf waar kleintjes van 0 t/m 4 in vier voormalige klaslokalen opgevangen worden. Integrale zorg onder één dak, een visionair idee met veel winnaars. Vijf dagen per week is het atelier en de kinderopvang open. Van vroeg in de ochtend, 7.00 uur tot 19.00 uur in de avond. Zelfs baby’s van twee weken oud kunnen terecht bij moeder en dochter. Liefdevolle hulp en zorg is hard nodig als de thuissituatie extra aandacht nodig heeft. Dat geven ze graag.

In 2011 begint plotseling het tij te keren. Het sociale kinderdagverblijf krijgt plotsklaps een exploitatieverbod, ondanks dat alles op orde was. Na 2 ½ week  de kan de opvang weer open. Met het kopen van een speeltoestel gaat het licht weer op groen. Een futiliteit. De reputatieschade is échter wel hier dan al ontstaan. Het geruchtencircuit denkt: 'waar rook is, is vuur'. De media volgt. Zonder dat de ouders het weet, stopt de gemeente de kinderopvangtoeslag van de moeders die veelal een reintegratietraject volgen. De betaling voor de veertig kinderen - die de Gemeente moet doen - blijft om onbegrijpelijke redenen steken op de rekening van de gemeente. Met dit geld runnen zij hun onderneming. De rekeningen moeten wél betaald worden. Ondertussen heeft L. te maken met een wethouder die nét getrouwd is én haar stalkt met sms-jes. Op de avances reageert ze afwijzend.

Ér moest iets gevonden worden, legt een brandweerman later uit

Een periode van intensieve controles volgt. L. is zélf net moeder geworden. Na drie weke rust, moet ze alweer aan de slag. Herhaalde keren ondergaan ze zware GGD-inspecties. De brandweer wil de zaak sluiten  Een ontbrekende handtekening, een klein barstje in het raam. Alles wordt uitvergroot. Stoelen worden afgekeurd. Bij een nieuwe controle worden de nog niet vervangen stoelen ‘een goede keuze’ gevonden. Niets mis mee dus.

Bij de Belastingdienst komt in 2013 een melding binnen van Gemeente D. Dochter L. is een fraudeur, ze moet haar kinderopvangtoeslag terug betalen en hard aangepakt worden. 15.000 euro moet ze terugbetalen. Belastingdienst Blauw (MKB) doet onderzoek en vindt geen aanleiding om haar als fraudeur te zien. De ingeschakelde bezwarencommissie van de afdeling Toeslagen trekt de volgende conclusie: ‘als de gemeente zegt dat je fraudeert, dan fraudeer je .Wat de collega’s van de blauwe kant er ook van vinden, we geloven ze niet. Punt. Case closed.' In 2014 volgt dan ook een beslaglegging. Zakelijk blijven de afgesproken betalingen uit die de basis vormen van hun onderneming, privé heeft dochter L. te maken met het terug moeten betalen van kinderopvangtoeslag. Bovenop dit alles krijgt dochter L. in die tijd ook nog een zwaar auto-ongeluk. De letselschadespecialist bepaald de vergoeding van 250.000 euro. Deze wordt niet uitgekeerd. In 2015 valt het doek dan ook definitief. Ze gaan failliet. De Gemeente D. weigert het tegoed van 200.000 euro uit te betalen, waar ze recht op hebben. Met de notulen wordt een goocheltruc uitgehaald. Het gesprek hierover lijkt niet plaats te hebben gevonden. Meedenken, helpen, betalen, dat blijft uit. Het doel lijkt behaald. Mission completed. Het resultaat is dat moeder M. en dochter L. hun sociale onderneming verliezen. Hun trots, hun passie. Alles kunnen ze in hun onderneming kwijt, nu is er niets meer. Alleen ellende en verdriet.

Uiteindelijk hebben bestuurlijke druk (het exploitatieverbod, het stopzetten van de toeslagen), de opgelopen reputatieschade en de liquiditeitsproblemen, de toezichtdruk, de escalatie via fraudeverdenkingen en beslaglegging ervoor gezorgd dat zij failliet gingen. De gevolgen voor moeder en dochter zijn groot. Ook (klein)zoon dreigt uit huis te worden geplaatst. Dochter L. kan dit nét verijdelen. Opmerkelijk is dat degene die dit wilde opleggen, nu een rol speelt in de afhandeling van de brede hulp operatie.

Ik werkte me te pletter en toch glipte mijn hele leven uit mijn handen

'Als ik terugkijk', zegt L. ‘heb ik het gevoel dat ik altijd in de alarmstand stond. Duizend procent moest alles op orde zijn.' De dreiging en angst voor sancties was groot. Haar moeder wordt ‘helemaal gek’ van de situatie. Haar prachtige bedrijf ziet ze ten onder gaan en de oorzaak weet ze niet. Ze begrijpt het niet. Ze heeft een fantastische track record. Het idee is goed. Ze helpt er heel veel mensen mee. Het ligt niet aan haar of haar dochter L. Samenwerken kunnen ze goed. Ze onderneemt immers al 50 jaar. Ze kan het allemaal niet verwerken en besluit uiteindelijk zelfs te stoppen met praten. De dreigende uithuisplaatsing van haar kleinzoon kan ze helemaal niet hanteren. Ook de angst dat haar dochter iets overkomt, is groot. Die zware zaken ontnemen haar haar levenslust. Uiteindelijk wordt ze gedwongen opgenomen. Ze verandert in een angstige vrouw. Loopt vaak weg. Op een dag is het voorbij voor haar. Ze overlijdt.

L. verbindt haar dood rechtstreeks aan de druk van de gebeurtenissen.

Mijn falen ligt op straat

De schulden van de BV verdwijnen door het faillissement. Nieuwe schulden komen. Ze zijn dakloos geraakt. Haar moeder heeft haar woning met verlies moeten verkopen. De leidsters van de kinderopvang hebben met de gemeente afspraken gemaakt om een nieuwe kinderopvang te beginnen. De meubels zijn uit het beslag van de Belastingdienst gekocht. De protocollen en de kinderen zijn meegenomen. Half januari stopten ze, 1 maart startte de nieuwe organisatie. In een nieuw, én aangepast gebouw. Achter hun rug om, waren ze dus al langer bezig hiermee.  

Jaren van voortdurende onrust volgen. Continu onderhandelen met deurwaarders, het verlies van de woning in 2013, de beslaglegging in 2014, het verblijven in steeds wisselende vakantiehuizen, dat was hun leven. Zelfs een vriend in Wassenaar biedt hen zijn huis aan, waar ze twee jaar gratis mogen verblijven om tot rust te komen. Bij elke verhuizing raakt moeder meer gedesoriënteerd en gedesillusioneerd. Ze stopt uiteindelijk zelfs met spreken. De opgelopen reputatieschade is groot voor dochter L. Bij sollicitaties wordt ze stelselmatig afgewezen, ook al heeft ze een rechtenstudie achter de rug, de Rotary heeft haar eruit gezet omdat ze gezegd had dat de wethouder moest stoppen met sms’n. Inmiddels lukt het haar ook niet meer om op haar niveau te functioneren. Als ze toevalligerwijs een oud-Rotary Clubgenoot tegen komt, vraagt ze waarom hij niet aan haar gevraagd had wat er aan de hand was. Hij kon er géén antwoord op geven.

Uiteindelijk moet er toch brood op de plank komen. Uit pure nood gaat L. werken in niet-goed-bij-haar-passende banen. Vloeren dweilen bij La Place, werken in een wasserij, helpen in de gehandicaptenzorg, samples uitdelen. Alles dat ze verdient, verdwijnt in de zakken van schuldeisers. Met het inkomen van haar moeder, kunnen ze gelukkig net nog in hun levensonderhoud voorzien. Géén luxe. De schulden betaalt dochter L. uiteindelijk zelf volledig af.

Ook op bestuurlijk niveau krijgt ze de nodige tegenwerking te verduren. Ze wordt geframed als psychisch instabiel (ze zou op de rand van een psychose zitten), ze moet vechten tegen een onder toezichtstelling van haar zoon. Gelukkig zegt school dat L. wél een goede moeder is – ook al heeft haar zoon op acht verschillende basisscholen gezeten, doet hij het goed. Zo goed, dat hij zelfs naar het gymnasium kan. Hij zit er nu drie jaar op en behaalt goede resultaten, heeft leuke vrienden. Haar tegenstanders verspreiden geruchten dat ze een slechte ondernemer is. Ze zijn veertien keer verhuisd en ze hebben nu al sinds 2013 géén eigen woonplek meer.

'Ik wil niet afhankelijk zijn'

Door het uitblijven van erkenning voor haar ondernemersschade kan ze er niet bovenop komen. L. is inmiddels 55 jaar en heeft géén pensioen kunnen opbouwen. Als gedupeerde in de toeslagen is ze al sinds 2021 erkend. Door alle stress is haar boven- en onderkaak ontstoken geraakt. Acht kiezen mist ze nu. Een kunstgebit ziet ze niet zitten. Implantaten wil de ‘brede hulp’ niet vergoeden. Zelf kan ze ze niet betalen. Ik wil nieuwe tanden hebben, géén kunstgebit. ‘Ik kan een nieuwe carriere dan wel helemaal vergeten’. Rust hoopt ze te vinden in een eigen woning. Ze krijgt een seniorenwoning aangeboden met één kamer. In een andere stad. Dit kan ik mijn kind niet aan doen. Weer weg bij zijn vrienden en op een andere school, dat doe ik niet. Ik wil rust en stabiliteit na al die moeilijke jaren.

Erkenning zonder herstel voedt woede en wantrouwen

‘Ik zit in hoge nood. Rood stuurt me naar Blauw, Blauw stuurt me naar D. Mijn zoon en ik moeten écht gered worden. Het is een institutionele doolhof’, vat L. samen. Politie, AIVD en Belastingdienst weigeren inzage in haar dossiers te verstrekken. Ze mogen zelfs niet meewerken, omdat ik dan een schadevergoeding kan krijgen. Een keten van vervolgschade ontstaat hierdoor. Ik ben de dupe hiervan.

‘Maak de weg korter, richt een loket in, met een vast contactpersoon’, adviseert L.. ‘Zeg dat het waar is, wat er is gebeurd. Betaal de schade uit. Dan kan ik tenminste verder met mijn leven. Kan ik weer ondernemen’. Ik zit vol met ideeën. Ondernemer zijn past bij mij. Ben goed in dingen regelen en doe het graag. ‘Ik ben een kwartje maar ik leef nu als een dubbeltje. Ik wil weer aan de slag.

Het is tijd voor écht herstel.

Datum
01 April 2026
Auteur(s)
Paula Bouwer
Onderzoek
Reacties van lezers
No items found.

Laatste artikelen & inzichten

Mijn onderzoek blijf ik actief delen via artikelen, analyses en updates over nieuwe ontwikkelingen.