Ministerie veeg uit de pan
uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/3992 WOB uitspraak van de meervoudige kamer van 24 augustus 2023 in de zaak tussen
B.R. van Beek, te Amsterdam, eiser, en
xxx xx en mr. xx
de Staatssecretaris van Financiën, verweerder (gemachtigden: mr.
Procesverloop
Bij besluiten van I I december 2020 en 18 januari 2021 (deelbesluiten I I en 22 ) heeft verweerder een verzoek van eiser om openbaarmaking van documenten op grond van de Wob3 gedeeltelijk ingewilligd.
Bij besluit van 1 8 juni 202 1 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaarschriften van eiser tegen deze twee deelbesluiten ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2022. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
De rechtbank heeft het onderzoek bij besluit van 22 juli 2022 heropend. Verweerder is twee keer in de gelegenheid gesteld om de documenten (alsnog) op een ordentelijke wijze aan te leveren. Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Overwegingen
l . Het toepasselijk wettelijk kader is opgenomen in een aparte bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
2. Het Wob-verzoek van eiser ziet — kort gezegd — op alle documenten met betrekking tot de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen, ook wel de commissie Donner.
Dit deelbesluit bevat drie bijlagen. Bijlage A betreft het juridisch kader. Bijlage B een inventarislijst waarop 766 documenten staan (hierna bijlage B l) en een inventarislijst waarop 427 documenten staan (hierna bijlage B2) en bijlage C, de gelakte documenten.
Dit deelbesluit bevat drie bijlagen. Bijlage A betreft het juridisch kader. Bijlage B een inventarislijst waarop 12 1 documenten staan en bijlage C, de gelakte documenten. 3 Wet openbaarheid bestuur.
Verweerder heeft een deel van de documenten openbaar gemaakt. Van het andere deel van de documenten is de openbaarmaking geheel of gedeeltelijk geweigerd, onder verwijzing naar verschillende weigeringsgronden uit de Wob.
3. Verweerder heeft twee deelbesluiten genomen. Het eerste deelbesluit zag op documenten die vanuit verweerder direct naar de commissie Donner zijn gegaan, inclusief documenten over de oprichting van de commissie. Het tweede deelbesluit ziet op wat is uitgezet bij personen binnen het ministerie van verweerder om antwoord te geven op de vragen van de commissie Donner. De rechtbank zal hieronder eerst ingaan op een aantal algemenere punten. Vervolgens zal de rechtbank de gedeeltelijk openbaar gemaakte documenten beoordelen aan de hand van de door verweerder gehanteerde weigeringsgronden. Daarna zal de rechtbank de integraal geweigerde documenten beoordelen.
De algemene beroepsgronden
4.1 Eiser heeft allereerst betoogd dat de volledig geweigerde documenten ook in hun volledige gelakte versie konden worden overgelegd. Eiser heeft hier belang bij omdat ook paginanummers of data van documenten relevant kunnen zijn voor zijn journalistieke werk, bijvoorbeeld bij het vaststellen van een tijdlijn. De rechtbank volgt eiser hierin niet. Verweerder is niet gehouden om documenten te overleggen die, na toepassing van de weigeringsgronden, slechts standaardgegevens bevatten die elke zelfstandige betekenis ontberen. De rechtbank verwijst naar de vaste rechtspraak van de Afdeling op dit onderwerp.
4.2 Eiser heeft verder betoogd dat verweerder had moeten bezien of, ondanks de toepassing van de weigeringsgronden, op een andere manier tegemoet had kunnen worden gekomen aan het verzoek. Ook deze beroepsgrond faalt. Verweerder is niet gehouden onn iets anders te doen dan het beoordelen van de documenten op de mogelijke toepassing van weigeringsgronden. Verweerder kan er onder omstandigheden voor kiezen om bijvoorbeeld samenvattingen te geven van documenten, maar dat is een bevoegdheid aan de kant van verweerder, niet een rechtens afdwingbare plicht. Bovendien heeft verweerder terecht aangevoerd dat al veel inspanningen zijn geleverd om tot meer openbaarheid te komen in deze kwestie. Er zijn immers veel documenten alsnog openbaar gemaakt die eerder op grond van artikel I I van de Wob waren Geweigerd.
4.3 Daarnaast heeft eiser betoogd dat de zoekslag die verweerder heeft verricht ontoereikend is voor wat betreft de documenten over de aanstelling van Donner als voorzitter van de Adviescommissie Uitvoering Toeslagen. Verweerder heeft alleen een profielschets overgelegd. Deze beroepsgrond slaagt. De rechtbank acht het aannemelijk dat er meer documenten zijn over de aanstelling van de voorzitter van een zo belangrijke commissie dan alleen een profielschets. Er is geen enkel document overgelegd over de totstandkoming van de profielschets, de mogelijke kandidaten die gevonden zijn die voldoen aan de profielschets, de (afwegingen voor de) uiteindelijke keuze voor Donner. De enkele ontkenning van verweerder dat dergelijke documenten bestaan, is in dit licht onvoldoende. Hetzelfde geldt voor de opmerking op de zitting van de gemachtigde van verweerder dat het niet ondenkbaar
is dat hierover alleen telefonisch contact is geweest. Mocht dat immers zo zijn, dan ligt het voor de hand dat deze contacten in telefoonnotities zouden zijn neergelegd. Over andere onderwerpen zijn namelijk wel telefoonnotities te vinden in de stukken. Eiser heeft dan ook aannemelijk gemaakt dat documenten ontbreken en onder verweerder berusten. Het besluit is op dit onderdeel onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
Ten aanzien van deelbesluit I
De gedeeltelijk openbare documenten
5. De rechtbank heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis genomen van de door verweerder overgelegde documenten, inclusief de ongelakte versies waarvan de openbaarmaking geheel of gedeeltelijk is geweigerd.
6. I De rechtbank heeft alle documenten beoordeeld waaraan de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob ten grondslag is gelegd. Het betreft documenten 34 en 500 van bijlage BI bij deelbesluit I en documenten 143, 238, 241, 389, 399 en 401 van bijlage B2 bij deelbesluit l . Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de openbaarmaking van de gelakte passages van document 500 van bijlage BI bij deelbesluit I en document 238 van bijlage B2 bij deelbesluit I op deze grond mogen weigeren. Verweerder heeft het belang dat gediend is met de geheimhouding van de daarin vervatte informatie zwaarder mogen laten wegen dan het algemeen belang van openbaarmaking van deze informatie.
6.2 Dat geldt naar het oordeel van de rechtbank echter niet voor de overige documenten. Verweerder heeft in redelijkheid niet de openbaarmaking van de gelakte passages van documenten 34 van bijlage BI bij deelbesluit I en 143 van bijlage B2 bij deelbesluit I kunnen weigeren op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wob. Het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen wordt niet geschonden door de openbaarmaking van de algemene uitgangspunten die zijn geformuleerd in deze passages. Voor de overige documenten (241, 389, 399 en 401 van bijlage B2 bij deelbesluit l ) geldt naar het oordeel van de rechtbank dat verweerder — ook gelet op het actuele maatschappelijke belang van de toeslagenaffaire — niet in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen aan het belang van inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen dan aan het algemeen belang bij openbaarmaking van deze informatie. Het besluit is op dit onderdeel onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. De openbaarmaking van de op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob geweigerde passages van voornoemde documenten heeft verweerder mogen weigeren omdat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer dat vereist.
7. De rechtbank heeft ook alle documenten beoordeeld waar de weigeringsgrond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob aan ten grondslag is gelegd. Het betreft vooral namen en andere vergelijkbare gegevens van bedrijven, instellingen en personen. Dit is niet de informatie waar het eiser — volgens zijn eigen verklaringen — om te doen is. De rechtbank ziet verder geen aanwijzingen voor het vermoeden van eiser dat deze weigeringsgrond gebruikt is als vervanger van de weigeringsgrond van artikel I I van de Wob. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid de openbaarmaking van deze passages kunnen weigeren.
De integraal geweigerde documenten
8. De rechtbank heeft vervolgens de documenten beoordeeld waarvan de openbaarmaking integraal is geweigerd. De rechtbank zal eerst per weigeringsgrond ingaan op de integraal geweigerde documenten in deelbesluit l . Gelet op het grote aantal documenten heeft de rechtbank ervoor gekozen om verdeeld over de verschillende weigeringsgronden een selectie te maken van de te beoordelen documenten. Dit biedt naar het oordeel van de rechtbank een voldoende duidelijk beeld van hoe verweerder in het algemeen is omgegaan met deze weigeringsgronden in de andere documenten. Vervolgens zal de rechtbank ingaan op deelbesluit 2.
9. Allereerst heeft de rechtbank van bijlage BI bij deelbesluit I aselect een aantal documenten bekeken. Het gaat om de documenten 9, 23, 1 15, 215, 339, 562 en 680. De inventarislijst vermeldt geen weigeringsgrond bij documenten 9, 23 en 1 15. Ook uit de documenten zelf blijkt niet op welke grond openbaarmaking van deze documenten geweigerd zou moeten worden. Er zijn geen passages gelakt en er is ook geen verwijzing naar een weigeringsgrond. Alleen al daarom valt niet in te zien waarom de openbaarmaking van deze documenten integraal geweigerd zou moeten worden. Dat geldt te meer voor document 23, nu dat een aanvulling is van de stukken ter voorbereiding van een verantwoordingsdebat. Het lijkt hier op het eerste gezicht te gaan om vele documenten die al openbaar zijn, zodat integrale weigering van de openbaarmaking sowieso niet voor de hand lijkt te liggen. Document 215 is integraal geweigerd onder verwijzing naar artikel I l , eerste lid, van de Wob. Het betreft een advies van de Landsadvocaat over de toeslagenkwestie. Een dergelijk advies, met opvattingen, voorstellen of aanbevelingen over een beleidskwestie, valt onder de reikwijdte van dit artikel. Dat de Landsadvocaat een derde is, maakt daarbij niet uit. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het document ook persoonlijke beleidsopvattingen ten behoeve van intern beraad. Verweerder heeft dan ook terecht openbaarmaking hiervan geweigerd. De inventarislijst noemt ook geen weigeringsgrond bij de overige documenten. Uit de documenten zelf blijkt dat bepaalde korte passages zijn gelakt op de e-grond van artikel 10 van de Wob (document 339 en 562) of op de e- en de g-grond (document 680). Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder openbaarmaking van de gelakte passages kunnen weigeren, maar is ook hier niet gebleken waarom de openbaarmaking van de rest van deze documenten geweigerd zou moeten worden. Ook op dit onderdeel is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
10. Verder zijn volgens bijlage B2 bij deelbesluit I een aantal documenten integraal geweigerd met enkel een beroep op artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wob. De rechtbank heeft een selectie van de documenten bekeken, namelijk documenten 2, 35, 86, 1 07 en 423. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in redelijkheid document 2 kunnen weigeren met een beroep op deze weigeringsgrond. Het gaat hier om e-mails met persoonlijke details, die herleidbaar zijn tot personen. Verweerder heeft echter onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom voor document 35 hetzelfde zou gelden. Verweerder heeft niet onderbouwd waarom de informatie in dit document herleidbaar zou zijn tot personen en om die reden inbreuk zou plegen op de persoonlijke levenssfeer die deze weigeringsgrond tracht te beschermen. Ten aanzien van de overige drie documenten geldt dat daarin bepaalde — hele korte — passages zijn gelakt die verweerder in redelijkheid op de e-grond kon weigeren openbaar te maken. Verweerder heeft echter niet gemotiveerd waarom de documenten ook voor het overige niet openbaar gemaakt zouden mogen worden. Het besluit is op dit
onderdeel onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
l l . Verweerder heeft daarnaast een aantal documenten van bijlage B2 bij deelbesluit I integraal geweigerd openbaar te maken met een verwijzing naar artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob, maar zonder dat in de inventarislijst staat vermeld dat dit de enige grond voor integrale weigering is. De rechtbank heeft gekeken naar documenten 55 en 64. Daarvoor geldt hetzelfde als hiervoor is geoordeeld. De documenten bevatten beperkte passages die zijn gelakt onder verwijzing naar deze weigeringsgrond. Van die passages heeft verweerder in redelijkheid de openbaarmaking mogen weigeren. Er ontbreekt echter een motivering waarom deze documenten ook voor het overige geweigerd zouden moeten worden. Ook op dit onderdeel is sprake van een onzorgvuldige voorbereiding en een niet draagkrachtige motivering.
12 Verder zijn er volgens bijlage B2 bij deelbesluit I een aantal documenten integraal geweigerd zonder dat de inventarislijst enige weigeringsgrond vermeldt. De rechtbank heeft in dit kader documenten 18, 19, 21, 22, 124, 166, 210 en 235 bekeken. In de documenten 18, 19, 21. 22 en 124 zijn beperkte passages gelakt op de e- en de g-grond van artikel 10, tweede lid, van de Wob. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de openbaarmaking van deze passages in redelijkheid achterwege kunnen laten. Verweerder heeft echter niet gemotiveerd waarom de rest van deze documenten niet openbaar gemaakt zouden mogen worden. Datzelfde geldt voor documenten 166 en 235, waarin bepaalde passages zijn gelakt op de e-grond en voor document 2 1 0, waarin passages zijn gelakt op de e-grond en op grond van artikel I I van de Wob. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder openbaarmaking van de gelakte passages weigeren. Er is echter niet gemotiveerd waarom de rest van deze documenten evenmin openbaar gemaakt zouden mogen worden. Ten aanzien van document 20 geldt, dat niet alleen de inventarislijst geen weigeringsgrond vermeldt, maar ook het document zelf niet. Ook anderszins valt niet op te maken waarom dit document is geweigerd. Op deze onderdelen is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
13. Verweerder heeft verder document 56 van bijlage B2 bij deelbesluit I integraal geweigerd op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob. Bij het bekijken van dit document bleek dat er beperkte passages zijn gelakt op de e-grond en de d-grond van artikel 10, tweede lid, van de Wob. Verweerder heeft de openbaarmaking van de passages op grond van de e-grond heeft in redelijkheid kunnen wei- geren. Voor de passages die zijn geweigerd op de d-grond geldt dat niet, nu deze passages helemaal geen betrekking hebben op inspectie, controle of toezicht door bestuursorganen. Waarom de openbaarmaking van de rest van het document strijdig zou zijn met de Wob, is gesteld noch gebleken. In ieder geval blijkt uit het document niet van belangen, gelegen in het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef onder g, van de NVob. Ook op dit onderdeel is het besluit onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd.
14. Daarnaast ontbreken er nog steeds een aantal documenten. Zo heeft de rechtbank onder meer documenten 147, 15 1 en 156 van bijlage B2 bij deelbesluit I niet kunnen vinden. Dat kan mede gelegen zijn in de omstandigheid dat de inventarislijsten naar elkaar verwijzen en daarbij gebruik wordt gemaakt van de moeilijk traceerbare documentnummers, in plaats van dat daarbij de volgnummers worden gebruikt. Het ontbreken van deze documenten maakt het onmogelijk voor de rechtbank om te controleren of de weigeringsgronden op de juiste wijze zijn toegepast. Ook op dit onderdeel is het besluit onvoldoende zorgvuldig
voorbereid.
Ten aanzien van deelbesluit 2
15. Verweerder heeft met bijlage B van deelbesluit 2 drie documenten (2, 5 en 8) integraal geweigerd op grond van artikel I l , eerste lid, van de Wob. De rechtbank stelt vast dat document 2 inmiddels openbaar is gemaakt. Verder stelt de rechtbank vast dat documenten 5 en 8 concepten zijn van inmiddels openbaar gemaakte stukken. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de openbaarmaking van deze concepten mocht weigeren op deze weigeringsgrond. Document 7 is eveneens integraal geweigerd, maar daarbij is geen weigeringsgrond genoemd. Dat is onzorgvuldig en verweerder zal dat alsnog moeten doen. Bij de documenten 9 tot en met 121 staat in de door verweerder overgelegde b-stukken alleen de titel van het document vermeld en niet of het al dan niet deels niet openbaar is gemaakt en zo ja op welke grond. Gelet ook op wat hieronder onder 18 is overwogen, ziet de rechtbank (geen aanleiding om dit verder te bekijken. Voor zover deze documenten (deels) niet openbaar zijn gemaakt, is dat onzorgvuldig en moet verweerder dat alsnog doen.
Conclusie en gevolgen
16. Gelet op wat hiervoor onder 6.2 en 9 tot en met 15 is overwogen, is het beroep gegrond en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7: 12 van de Awb. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om zelf in de zaak te voorzien of anderszins tot een meer finale geschilbeslechting te komen. Verweerder zal, gelet op de vele geconstateerde gebreken in de besluitvorming, opnieuw alle documenten moeten beoordelen op de mogelijke toepassing van de verschillende weigeringsgronden. Daarbij moet verweerder per passage aangegeven of er zich een weigeringsgrond voordoet, en zo ja welke. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van tien weken.
17. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb en in overeenstemming met het landelijke beleid (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) dat verweerder een dwangsom van € 100,- verschuldigd is voor elke dag waarmee deze termijnen worden overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Naar het oordeel van de rechtbank volstaat deze dwangsom om verweerder te stimuleren om spoedig te beslissen.
18. De rechtbank overweegt daarnaast nog het volgende. De rechtbank is ermee bekend dat het aantal verzoeken op grond van de Wob (inmiddels de W007 ) bij verweerder— net als bij andere bestuursorganen — de afgelopen jaren flink is toegenomen. In combinatie met de krappe arbeidsmarkt maakt dat snelle en correcte afhandeling van met name omvangrijkere openbaarmakingsverzoeken moeilijk. Dat neemt echter niet weg dat van een behoorlijk handelend bestuursorgaan mag worden verwacht dat de documenten op een ordentelijke en leesbare wijze bij de rechtbank worden aangeleverd. Daar is verweerder, ondanks meerdere pogingen daartoe, in deze zaak niet in geslaagd. In eerste instantie heeft verweerder de gelakte en ongelakte versies van de documenten verstrekt met inventarislijsten die niet met elkaar overeenkwamen en waarbij bovendien gebruik werd gemaakt van drie verschillende soorten identificatienummers. Nadat de rechtbank het onderzoek had heropend, heeft verweerder op 8 december 2022 alsnog de gedeeltelijk geweigerde documenten op een ordentelijke wijze aangeleverd. Verweerder heeft echter nagelaten om de integraal geweigerde documenten te overleggen. Nadat de rechtbank verweerder daarop had gewezen,
-7 Wet open overheid.
zijn op 24 maart 2023 alsnog de volledig geweigerde documenten in ongelakte versie overgelegd, alleen wederom in een versie met niet overeenkomende inventarislijsten en met documenten met niet opvolgende nummers. Dit heeft tot veel vertraging in deze zaak geleid. De rechtbank draagt verweerder op om, mocht de zaak nogmaals bij de rechtbank voorkomen, inventarislijsten te verschaffen met volgnummers en vervolgens de documenten zelf ook te voorzien van die volgnummers. Verder wenst de rechtbank geen verwijzingen in de ene inventarislijst naar de andere lijst te hebben, zeker niet als deze verwijzing niet voorzien is van het volgnummer van het betreffende document op die andere lijst.
19. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht te vergoeden.
20. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende kosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- verbeurt voor elke dag waarmee hij de genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 1 81,- aan eiser te vergoeden.
mr. Y. Moussaoui, leden. in aanwezigheid van L. Fernândez Ferreiro, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken.
De griffier is niet in de gelegenheid om te tekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
2 1 AUG 2023
Voor kopie con de griffier arrondissementsrechtbank Sector Bestuursrecht te Amsterdam
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorzienin2.
Wettelijk kader
Artikel 10 van de Wob:
Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit:
a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen;
b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden;
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
2 Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;
b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel la, onder c en d, bedoelde bestuursorganen:
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen;
e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;
f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie;
g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.
Artikel I I van de Wob:
I In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.
2 Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
beslissing
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht zaaknummer: AMS 21/3992 WOB
beslissing tot heropening van de meervoudige kamer in de zaak tussen
B.R. van Beek, te Amsterdam, eiser, en
Ministerie van Financiën. verweerder
(gemachtigden: mr. Brouwer en mr.
Beslissing
Bij de voorbereiding van de uitspraak is gebleken dat het onderzoek in deze procedure niet volledig is geweest. Bij het inzien van de onderliggende geheime stukken in deze zaak is gebleken dat er verschillende dozen zijn met verschillende inventarislijsten die niet met elkaar overeenkomen en waarbij bovendien drie verschillende soorten identificatienummers (documentnummers, volgnummers en lettercombinaties) voor documenten worden gebruikt.
De rechtbank bepaalt dat het onderzoek wordt heropend en draagt verweerder op om nogmaals de geheime stukken aan te leveren, deze keer in dezelfde volgorde en met dezelfde document- en volgnummers die worden gebruikt in de twee zich in het openbare dossier bevindende openbare inventarislijsten.
Deze beslissing is genomen op 22 juli 2022 door mr. J.H. Broek, voorzitter en mr. H.B. van Gijn en Y. Moussaoui, leden, in tegenwoordigheid van L. Fernândez Ferreiro als griffier.
de griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen
Afschrift verzonden aan partijen op:
de gri r an de Arrondissement> k Sector Bestuursrecht
Tegen deze beslissing staat geen zelfstandig hoger beroep open.
.avif)