Belangrijke Informatie
Mensenrechten

Moeder Martine (49) wint slopende strijd van Belastingdienst: ‘Iemand daar heeft mijn dochter gediscrimineerd’

Martine van Bruggen met haar dochter Noä.
PREMIUMMartine van Bruggen met haar dochter Noä. © Foto Freddy Schinkel

Moeder Martine (49) wint slopende strijd van Belastingdienst: ‘Iemand daar heeft mijn dochter gediscrimineerd’

Voor haar dochter met Turkse achternaam moest ze haar kinderopvangtoeslag terugbetalen. Voor haar dochter met Nederlandse achternaam niet. Martine van Bruggen-Pander (49) uit Kampen kreeg afgelopen week gelijk bij het College voor de Rechten van de Mens: de Belastingdienst heeft gediscrimineerd. „Ik moest er heel intens van huilen, dat kwam van heel diep.”

Phaedra Werkhoven 17-06-24, 11:25 Laatste update: 17-06-24, 12:45

4 REACTIES

Het was ergens in 2006 dat de eerste brieven kwamen. Martine van Bruggen-Pander had een goede baan bij een bank, was alleenstaande moeder met twee kinderen. Beide meisjes gingen naar hetzelfde kinderdagverblijf, zij werkte fulltime.Maar ineens moest ze de toeslag die ze kreeg voor haar dochter Noä Kiziltas terugbetalen.Ze maakte steeds opnieuw bezwaar, maar de Belastingdienst had haar in 2009 als fraudeur bestempeld. En steeds wanneer ze haar bezwaren indiende, zeiden ze dat ze het niet hadden ontvangen of kwijtgeraakt waren.Haar vader werkte bij de Belastingdienst; hij zei: ‘Als je het niet vertrouwt: bewaar alles’. Dat deed ze.Nu blijkt het haar redding.

Stoere indruk

Martine en Noä (21) zitten aan de buitentafel in hun Kampense huis. Ook stiefvader Randolf is aanwezig. Regelmatig aait Noä over de rug van haar moeder. Martine, hoogopgeleid en inmiddels actief in de Kampense politiek, maakt een stoere indruk met haar schorre stem; je blaast haar niet zomaar omver.

Wat haar is overkomen omschrijft ze als een ‘gijzeling van twaalf jaar door de Belastingdienst’, een Kafkaëske situatie, waarin ze zo ver is afgebroken dat ze op een gegeven moment bijna ging geloven dat ze inderdaad die fraudeur was. Ze vroeg herhaaldelijk: waarom dan wel voor de ene dochter terugbetalen en niet voor de andere? Ze beschikte over alle papieren en facturen van beide dochters. Maar een antwoord bleef uit.

Hoe haar dochter op die zwarte lijst terecht is gekomen? Ook op die vraag kwam tijdens de zitting op woensdag geen antwoord.

Het ging over 80.000 euro die ze moest terugbetalen. Ze verloor haar baan bij de bank, kon geen energiecontract meer afsluiten, geen zorgverzekering; ze kon helemaal niets meer. In 2013 belandde het gezin in een vrije val. Op alles werd beslag gelegd: haar auto, haar woning, alle spaargelden werden bevroren.

Dan is het David tegen Goliath. Ik dacht: misschien ben ik wel Don Quichot, ben ik knettergek aan het worden

Martine van Bruggen-Pander

Ze zocht een andere baan waar ze geen Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor hoefde af te geven, maar ook op dat salaris legde de Belastingdienst beslag. „We hadden periodes dertig euro per week. Over elke euro moesten we nadenken. Omdat mijn salaris op papier te hoog was, konden we ook niet naar de voedselbank.”

„Dan is het David tegen Goliath. Ik dacht: misschien ben ik wel Don Quichot, ben ik knettergek aan het worden. Na al die jaren van strijd denk je: misschien is het wel gewoon zo. Ik moet het maar oplossen.”

Relatie als redding

In 2011 kreeg ze een relatie met Randolf, die haar redding bleek te zijn. „Hij heeft ons gezin boven water gehouden. Hij was toen timmerman en kon soms zwart klusjes doen.”

Dochter Noä: „Het was wel moeilijk; we gingen altijd vijf keer per jaar op vakantie. Op een gegeven moment had ik een gesprek in de tuin met mijn moeder en zij zei: ‘Noä, het kan niet meer. We zijn straatarm.’ Geldzorgen zijn nooit leuk; ik zag wel de stress bij mijn ouders.”

Martine: „Je staat erbij en je ziet je auto wegrijden, die je moet verkopen.”

Noä: „En niet meer naar de tandarts.”

Martine: „Je kunt nergens terecht, nérgens.”

Mensen denken ook altijd: het zal wel aan jou liggen, waar rook is, is vuur. Ze hield het lang stil, er was schaamte. „Je raakt steeds verder af van de maatschappij, je doet niet meer mee. Niet meer naar een terras. Op een gegeven moment kun je geen luiers meer kopen. Als er een keer een extra euro was, haalden we een broodje döner, dat was feest.”

Noä: „Ik werkte bij de supermarkt en vroeg mijn moeder of ze geld van mij mocht lenen. Dat was voor mijn moeder ook heel moeilijk.”

Geen vloer

Ze waren beiden te trots om een uitkering aan te vragen. Ze bleven allebei werken; zij 40 uur per week bij een ‘raw food’-bedrijf. Ze moeten allemaal lachen. Zij, als bourgondiër.

Ze wisselden elke drie maanden van energieleverancier, ze werden er creatief van. Regelmatig stonden de deurwaarders voor de deur. Lange tijd hadden ze geen vloer, ze leefden op beton omdat ze dat niet konden betalen. De deurwaarders wilden de televisie in beslag nemen. Die verstopten ze dan ’s avonds onder een deken in de auto. „Zo bizar allemaal. Dieptriest.”

Noä: „En dat we steeds wegdoken als ze voor de deur stonden.”

Foto Freddy Schinkel
© Foto Freddy Schinkel

Hoe groot haar wanhoop was? Op die vraag breekt Martine. „Ik heb hier wel gestaan en me afgevraagd hoe ik verder moest. Je hebt nog vier euro en je moet nog een hele maand. Met een baby (haar jongste was toen net geboren), je hele menselijkheid, je eigenwaarde, je identiteit is weg. Mijn strijd is: er heeft iemand op een kantoor gezeten die mijn kleine humpiedumpie om haar achternaam heeft gediscrimineerd.”

Nu, met deze uitspraak van het College, vervolgt ze haar rechtszaak tegen de Belastingdienst. „Discriminatie is strafbaar. De instantie die dit heeft gedaan mag aan de hoogste boom. Ze moeten ons leven gaan compenseren. Die stap ga ik nu zetten.”

Het blijft een litteken, denkt Noä. Ze schrikt steeds bij het zien van een onbetaalde rekening. Ze tikt op haar tanden. Nu heeft ze eindelijk een beugel. „Omdat mijn ouders het nu kunnen betalen.”

Goed draaiende toko

Ze hebben het inmiddels goed voor elkaar. Toen alles eindelijk aan het licht kwam en ze schuldenvrij werden verklaard, startten ze een bouw- en adviesbureau. Martine: „Een goed draaiende toko.” Maar pas afgelopen week, bij de uitspraak van het College, viel er zoveel van haar af. „Ik moest diep uit mijn ziel huilen.”

Het vertrouwen in de overheid komt ook nooit meer terug, bij geen enkel gezinslid. Martine zet zich in de lokale politiek in voor een loket voor burgers die in armoede leven en niet weten waar ze terecht kunnen. „Ik had vroeger zo’n gezicht van iemand die altijd op vakantie is geweest, zo lekker zorgeloos. Dat komt nooit meer terug.”

Weer zijn er tranen. ,,Al die mensonterende ervaringen van toen zitten in een doos waarvan ik misschien de deksel niet helemaal meer open moet doen.”

Datum
16 July 2024
Auteur(s)
Onderzoek
Bron
No items found.
Reacties van lezers
No items found.