Belangrijke Informatie
Toeslagenaffaire

Rechtspreken naar eer en geweten

Rechtspreken naar eer en geweten

Illustratie
Cyprian Koscielniak

In februari 1943 trotseren drie rechters van het gerechtshof in Leeuwarden de bezetter. De zaak draait om een diefstal. Een veroordeling tot negen maanden zou een passende straf zijn voor de dief. Dit zou wel betekenen dat de man zijn straf moet uitzitten in Kamp Erika in Ommen. Dit ‘gevangenenkamp’ staat onder Duits regime, er heerst een waar schrikbewind. Het afbeulen, uithongeren en afranselen van gevangenen is aan de orde van de dag. De rechters veroordelen de dief tot alleen de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten. In de uitspraak staat dat ze „om des gewetens wille” geen hogere straf hebben opgelegd.Als eerbetoon aan de moed van deze rechters is de uitspraak op 4 mei jl. opgenomen in het uitsprakenregister op rechtspraak.nl.Herman Hermans, oud-vicepresident van de gerechtshoven van Amsterdam en Leeuwarden, vindt dat deze uitspraak ook voor rechters van vandaag van betekenis is. Wat doe je als rechter wanneer je te maken hebt met een wet die voor een onrechtvaardige beslissing zorgt? Hermans trekt een vergelijking met de Toeslagenaffaire: „In hoeverre neem je de ruimte om naar je geweten te luisteren, ook als die wet die ruimte niet lijkt te bieden. Kortom, hoe gewetensvol ben je zelf als rechter?”In het geval van het kindertoeslagenschandaal is deze laatste vraag een retorische: van gewetensvol rechterlijk handelen was geen sprake. Jarenlang lieten veel rechters van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State duizenden slachtoffers in de kou staan, zonder hen enige rechtsbescherming te bieden.Extra schrijnend is dat de wet wel degelijk de ruimte bood om in alle individuele gevallen ‘met de menselijke maat’ beslissingen te nemen. Leonard Besselink, hoogleraar Constitutioneel recht, windt daar geen doekjes om: „Te zeggen dat de staatsraden (rechters) als juristen zaten te slapen, is een onvoldoende kwalificatie van hoe zij omgingen met de wet: het gaat ten minste om het niet willen weten wat de wet behelst. Een eerstejaarsstudent – of laten we zeggen een tweedejaarsstudent (van wie immers verlangd mag worden dat die niet alleen naar de wet maar ook naar de Memorie van Toelichting kijkt) – zou hiervoor zakken.”Het is nu aan de rechters bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om dit monster recht in de bek te kijken.Hans Dammingh

Hoevelaken

Correctie (10 mei 2021): In een eerdere versie van deze brief werd een citaat toegeschreven aan Tom Eijsbouts, hoogleraar Europees recht. Dat moest Leonard Besselink zijn, hoogleraar Constitutioneel recht. Dat is hierboven aangepast.

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 8 mei 2021.

Datum
28 September 2024
Auteur(s)
Onderzoek
Bron
No items found.
Reacties van lezers
No items found.