Ondernemers, de vergeten groep in de toeslagenaffaire

Paula Bouwer en Marco de Vries beeld Milo
2 april 2025 – verschenen in nr. 14
Marco de Vries schreef eerder voor De Groene over misstanden bij de Belastingdienst.
Paula Bouwer is als toeslagengedupeerde al jaren actief in het geven van voorlichting en hulp aan andere gedupeerde ouders. Ze deed twee opleidingen voor onderzoeksjournalist.
Sinds kort heeft Nora Ghazoun weer een huis, een huurflat in een wijk in aanbouw. Als ze uit het raam kijkt, ziet ze bergen zand, bouwhekken en betonwagens die af en aan rijden door de blubber. Op haar galerij wonen starters met jonge kinderen en grote plannen. Ze doen haar denken aan hoe ze zelf was, vijftien jaar geleden. Ze had een goed lopende rijschool en woonde met haar twee kinderen in Zoetermeer.
Maar in 2010 vond ze grimmige brieven van de Belastingdienst op haar deurmat. Ze moest bewijsstukken overleggen en anders tienduizenden euro’s aan kinderopvangtoeslag terugbetalen. Nora stuurde bonnen, bankafschriften en bezwaarschriften. Maar de brieven bleven komen en bezorgden zoveel stress dat ze een auto-ongeluk kreeg. Daardoor kon ze een tijd niet werken en had ze geen inkomen. De school van haar kinderen kreeg lucht van huiselijke problemen en deed een melding bij Jeugdzorg. Op een vrijdag in 2012 belden medewerkers aan om de tienjarige Nizar en de elfjarige Lina mee te nemen. Die waren op dat moment niet thuis. Maandag zou Jeugdzorg terugkomen.
Dat weekend vluchtte Nora met haar kinderen naar Duitsland. ‘Ik wilde ze niet kwijtraken, dus hebben we alles achtergelaten. Onze spullen, de vriendjes van school. Lina en Nizar begrepen niet wat hun overkwam. Ik wilde de reden niet vertellen.’
Tien jaar lang zwierf het gezin door Duitsland. Zeven keer moesten ze verhuizen, van stacaravan tot kamers in onderhuur in afgelegen dorpen. Nergens konden de tieners aarden en Nora was weinig thuis. Met haar papieren mocht ze alleen in Nederland rijles geven en ze reisde zo’n drie uur heen en drie uur terug naar haar cursisten in Venlo. Door haar onterechte stigma van fraudeur kreeg ze problemen met het Centraal Bureau Rijvaardigheid, banken en verzekeraars. Desondanks slaagde ze erin haar belastingschuld af te lossen.
Met de kinderen ging het in de puberteit steeds slechter. Ze kampten met een eetstoornis en drugsverslaving. Nora kreeg de schuld van alles. Lina belandde als tiener na een zelfmoordpoging in het ziekenhuis.
In 2020 kwam er een telefoontje van de Belastingdienst. Er waren fouten gemaakt. Ze ontving brieven met excuses en de belofte van ‘ruimhartige’ compensatie. Ze heeft de ten onrechte terugbetaalde kinderopvangtoeslag teruggekregen, met een klein beetje extra voor het ongemak. De gemeente zorgt voor bijstand voor Nora en haar jongvolwassen kinderen. In het nieuwe appartement behelpt ze zich met een kookplaatje. Er is geen plek voor haar dochter, die nog studeert in Duitsland.
Van de ambities met haar rijschool is niets terechtgekomen. Toen was ze bezig om uit te breiden naar vrachtwagen- en motorrijles. Ze had instructeurs in dienst willen nemen. Nu kan ze de concentratie niet opbrengen om weer les te geven. ‘Ik wil niets liever dan het verleden achter me laten. Maar de procedure voor de afwikkeling duurt maar voort.’
Het verleden van Nora is een oneindige rekensom, waar niemand aan wil beginnen. Door de toeslagenaffaire gedupeerde ondernemers zijn nog nauwelijks geholpen in de hersteloperatie, die zich al vijf jaar voortsleept, zo blijkt uit ons onderzoek. Ze hebben nog geen zicht op compensatie voor hun bedrijfsschade en een deel van hen wordt zelfs nog steeds achtervolgd door schuldeisers. Het is de volgende aflevering van de miljardensoap die de hersteloperatie is geworden.
De compensatie van juist de zwaarst getroffen toeslagengedupeerden moet anders, zo concludeerde de Spoed(advies)commissie Voortgang Hersteloperatie Toeslagen eind januari. Voorzitter Chris van Dam stelde vast dat ‘de beloofde ruimhartigheid niet gerealiseerd wordt. De hersteloperatie is volledig vastgelopen en juridisch onder de maat. Ouders verkeren langjarig in onzekerheid.’
De schadeafwikkeling werd in 2020 tegen adviezen in niet extern uitbesteed, maar toevertrouwd aan een nieuwe afdeling van de Belastingdienst zelf, de Uitvoeringsorganisatie Hersteloperatie (UHT). De UHT bedacht daarvoor drie fases. Werd bij aanvang uitgegaan van een paar honderd gedupeerden, voor de eerste fase, de ‘lichte toets’, meldden zich er zeventigduizend. Hiervan zijn inmiddels 41.000 ouders erkend en zij kregen conform de zogenaamde Catshuis-regeling een voorschot van dertigduizend euro. Hun schuldachterstanden worden gesaneerd.
De verwachting was dat de meeste gedupeerden hiermee voldoende gecompenseerd zouden zijn, maar bijna iedereen meldde zich voor de tweede fase. Bij deze ‘integrale beoordeling’ wordt de onterecht teruggevorderde of gekorte toeslag precies vastgesteld, met een opslag van 25 procent, rente en een kleine immateriële schadevergoeding van vijfhonderd euro per half jaar.
Veel gedupeerden vinden echter dat ze te weinig terugkrijgen, omdat hun toeslagenschuld jarenlang is verrekend met bijvoorbeeld huurtoeslag of btw-teruggaaf waar ze ook nog recht op hebben, en gaan in beroep.
Pas in de derde fase, die volgens Van Dam volledig is vastgelopen, komt hun aanvullende schade aan bod, zoals de gevolgschade van ondernemers. Maar die is ingewikkeld vast te stellen. Want kun je teruggelopen omzet, mislukte plannen of faillissement helemaal toeschrijven aan de toeslagenaffaire?
Ouders kunnen hun claim voorleggen aan de Commissie Werkelijke Schade (CWS), de Stichting (Gelijk)waardig Herstel van prinses Laurentien of bij drie andere loketten, elk met een enigszins andere werkwijze. Voor ondernemers met schulden boven de vijftigduizend euro is er bovendien een ander loket, maar dat blijkt bij een groot deel van hen onbekend.
Nora heeft haar werkelijke schade neergelegd bij een van de alternatieve routes van het ministerie van Financiën, een mediation-traject. Het is echter moeilijk om na zoveel tijd een claim goed te onderbouwen. Haar administratie heeft ze vijftien jaar geleden in de haast moeten achterlaten. Ze wil graag compensatie voor de jaren waarin ze minder rijles heeft kunnen geven en voor de vlucht naar Duitsland. Ze vraagt ook een vergoeding voor het feit dat haar rijschool niet verder heeft kunnen groeien, zoals de bedoeling was. De gesprekken duren voort.
De hele hersteloperatie wordt nu al begroot op veertien miljard euro, bijna drie keer het bedrag dat destijds is teruggevorderd. Door de stroperigheid gaan er miljarden op aan uitvoeringskosten. De werkelijke schade van de verwoeste levens van ouders en kinderen wordt door Financiën maar stukje bij beetje onderkend. Voor het vaststellen van bedrijfsschade van ondernemers zoals Nora is nog helemaal geen regeling gemaakt. De schade is lastig vast te stellen en betreft vaak grote bedragen.
Volgens een UHT-rapport van eind 2021 gaat het om 8640 gedupeerde ondernemers met een bedrag van anderhalf miljard aan onterecht betaalde toeslagen, ten onrechte opgelegde boetes en openstaande belastingschulden. Recentere bronnen bij het ministerie van Financiën schatten het aantal op zo’n vijfduizend gedupeerde ondernemers.
Via LinkedIn en WhatsApp- en Facebook-groepen van gedupeerden zijn we voor dit onderzoek in contact gekomen met ruim veertig ondernemers die gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire. Bijna allemaal zzp’ers en eenmansbedrijven in bijvoorbeeld de zorg, de zakelijke dienstverlening, horeca of kinderopvang. Tachtig procent heeft een migratieachtergrond en meer dan tachtig procent heeft de onderneming moeten staken. De aanvullende schade is aanzienlijk, blijkt uit de antwoorden die we kregen. Een kwart schat de schade tussen één en drie miljoen euro en nog een kwart zit zelfs boven de drie miljoen.
Al met al loopt de bedrijfsschade in de miljarden. Deze schadepost zit volgens een woordvoerder van de UHT nog niet in de raming van veertien miljard. ‘Ondernemers zijn een blinde vlek voor ons. We weten weinig van de achtergrond van de gedupeerden. Ze moeten in de derde fase zelf met hun aanvullende claims komen.’
Behalve met schulden kampen de ondernemers met relatieproblemen, inmenging van Jeugdzorg en ernstige gezondheidsklachten. ‘Ik heb door de jaren heen ptss ontwikkeld’, schrijft een ondernemer, ‘het leven in constante angst en stress heeft mij opgebroken. De dingen die mij zijn overkomen hebben ertoe geleid dat ik elke dag aan de dood denk. Zeer pijnlijk om je kinderen somber te zien en hoe ze in stilte met je meevechten.’
Een ander schreef: ‘Ze hebben dertien jaar van mijn gouden jaren afgepakt. Mijn goed lopende bedrijf is van me afgepakt. Mijn koophuis ben ik kwijtgeraakt.’ Een derde ondernemer: ‘Ons leven is gestopt in 2009. Alles stond in het teken van terugbetalen van de schuld. Heb mijn studie moeten afbreken, mijn mans auto is in beslag genomen waardoor hij werkzaamheden niet kon uitvoeren. Kinderen hadden extra ondersteuning nodig, die we niet konden geven. Sporten en zwemles, dat kon allemaal niet.’

Onder de getroffen ondernemingen zitten ook kinderopvanginstellingen waarmee de affaire is ontstaan. Een van de gedupeerden is Gulsah Akpinar. Ze had twee vestigingen van Caleido Kidzz in Amsterdam-Osdorp en stond op het punt om een derde vestiging te openen. Rond diezelfde tijd, begin 2012, beviel ze van haar derde dochter. Toen die ook naar de opvang ging, kreeg ze ineens terugvorderingen. De Belastingdienst vond dat ze geen recht had op toeslag voor haar eigen kinderen. ‘Breng ze maar naar de buren, zeiden ze. Maar waarom zou ik? Ik had een bv met 25 werknemers en de kinderen werden verzorgd door personeel. Ik maakte dus wel degelijk kosten.’
Ze ging in bezwaar. Ondertussen kwamen er ook cliënten klagen dat hun toeslag was stopgezet. ‘Elke maand kwamen er ouders met zo’n brief. Altijd kwetsbare mensen, alleenstaande moeders met een migratieachtergrond, inburgeraars. Sommigen haalden hun kinderen van de opvang. Anderen bleven. Zolang ze de eigen bijdrage betaalden, mochten ze hun kinderen brengen. Ik had niets door. Alles was in orde, dus dat onderzoek zou wel goed komen.’
Het aandeel ouders zonder toeslag groeide tot meer dan tien procent. ‘Ik had al afgezien van de derde vestiging en moest heel creatief zijn om de andere twee draaiende te houden. Want de kosten liepen door, terwijl de inkomsten daalden.’ Het was een medewerker van de Belastingdienst die haar na drie jaar neergang adviseerde om failliet te gaan. ‘Je zit in een labyrint, zei hij, daar kom je nooit meer uit.’ In mei 2015 werd haar bv failliet verklaard. ‘Een paar dagen later kreeg ik mijn gelijk’, vertelt ze. ‘Ik had wél recht op toeslag en kreeg mijn geld terug. Maar te laat om de zaak te redden.’
Sinds kort weet Gulsah dat haar bedrijf slachtoffer was van het Combiteam Aanpak Facilitators (CAF). Dit fraudeteam van de Belastingdienst speurde in de fiscale data naar bedrijven en particulieren met een hoog risicoprofiel. Uit Woo-stukken blijkt dat Caleido Kidzz als een van de eerste kinderopvanginstellingen bij het CAF in beeld kwam. ‘Ik moest failliet gaan, dat was de strategie. Zodat ik geen fraude meer kon faciliteren. Maar het was nergens op gebaseerd. Het was voor hen alleen een vies spelletje.’ Veel van haar cliënten kregen ook een hoger risicoprofiel, blijkt uit een document dat Gulsah laat zien. ‘Kijk, in het dossier van een van mijn cliënten staat: “Er is sprake van discriminatie.” Het staat er letterlijk in.’
Caleido Kidzz is niet de enige gedupeerde kinderopvanginstelling. In de jaren dat het Combiteam Aanpak Facilitators actief was, gingen honderden instellingen kopje-onder, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. En alle crèches en gastouderbureaus sleepten weer tientallen ouders en kinderen mee. Target waren vooral instellingen met een eigenaar of cliënten met een migratieachtergrond. In vrijgegeven interne memo’s wordt het CAF door de leiding aangespoord om met data-analyse en vooringenomen controles grensoverschrijdend te opereren. Het doel heiligde de middelen, zo werd duidelijk uit twee parlementaire onderzoeken. De bezwaarschriften tegen de stopzettingen, terugvorderingen en boetes werden stelselmatig getraineerd, de indieners afgepoeierd. Geprofileerde ondernemers en ouders kwamen op een zwarte lijst, de Fraude Signalering Voorziening, en kwamen daarmee vaak ook in beeld als mogelijk fraudeur bij andere overheidsinstellingen, banken en verzekeraars.
Na haar faillissement kon Gulsah met één filiaal een doorstart maken. ‘Ik heb mijn eigen boedel moeten terugkopen en de andere vestiging laten gaan. Tonnen aan investeringen, de nooit betaalde toeslagen van de Belastingdienst, de misgelopen winst, de nooit verwezenlijkte groeiplannen: het ligt allemaal bij de Commissie Werkelijke Schade.’ Tijdens deze zware periode liep ook haar huwelijk op de klippen en haar oudste dochter kreeg ernstige stressklachten. ‘Ze was twaalf en had zware hoofdpijnen en uiteindelijk zelfs een aangezichtsverlamming. Daardoor heeft ze haar school niet afgemaakt. Gelukkig gaat het nu goed. Ze is altijd aan het werk. “We hebben toch geld nodig?” zegt ze dan. Ze is in die tijd snel volwassen geworden.’
Net als veel andere gedupeerden op de wachtlijst heeft ze de CWS in gebreke gesteld. Ze krijgt 250 euro voor elke dag uitstel. ‘Van die dwangsommen schrikt het ministerie niet meer. Maar ik hoop dat we daardoor toch wat sneller aan de beurt zijn.’
Bij ondernemingen speelt het probleem dat de schade van de bv niet gelijk is aan de schade van de eigenaar of aandeelhouder. Het geld dat de failliete bv nog van de fiscus had moeten krijgen, kan Gulsah nu niet meer incasseren. Wel wil ze proberen een vergoeding te krijgen voor de misgelopen waardestijging van haar onderneming. Als die verder was gegroeid, dan waren haar aandelen en dividenden ook in waarde gestegen. Deze schade wordt door schade-experts omschreven als toekomstschade of kansschade.
Een schade-expert kan onderbouwen en berekenen of en in hoeverre er een causaal verband is tussen de toeslagenaffaire en de niet verwezenlijkte kansen of plannen. ‘In de hersteloperatie is in toekomstschade of kansschade nog helemaal niet voorzien’, zegt letselschadeadvocaat Cyril Spiertz. ‘De naam hersteloperatie zegt eigenlijk al genoeg: het is hulp, tegemoetkoming, géén schadevergoeding.’
Voor een groep ontevreden gedupeerden stapte Spiertz met succes naar de civiele rechter. ‘Die biedt meer mogelijkheden en een sterkere positie als eisende partij. De overheid heeft in 2023 in twee van mijn procedures onrechtmatig overheidshandelen erkend. Dus is de staat aansprakelijk voor alle schade die daaruit voortvloeit.’
Veel gedupeerden hebben psychische klachten zoals ptss en depressies, die weer kunnen leiden tot fysieke problemen. Veel kinderen zijn ook getraumatiseerd en liepen onderwijskansen mis. Allemaal schade die de rest van het leven een rol kan blijven spelen. Die toekomstschade voor kinderen en ouders, waaronder ondernemers, wordt door de hersteloperatie nog niet onderkend.
De deur van het rijtjeshuis van Ikra (niet haar echte naam) in Amsterdam-Geuzenveld heeft geen huisnummer of deurbel, want er kunnen nog steeds deurwaarders langskomen. Binnen is alles opgeknapt met de eerste compensatie. Maar de familiebanden tussen Ikra, haar man en vijf kinderen zijn beschadigd. ‘We leven hier als vreemden voor elkaar’, zegt ze. ‘Het is net een hotel. Ieder leidt zijn eigen leven. Mijn jongste dochter is opgevoed door mijn oudste en noemt die mama. Ze vindt mij maar een enge mevrouw. Dat doet pijn.’
Haar jongste kinderen gingen naar Caleido Kidzz toen de toeslag werd stopgezet. Ikra en haar man raakten in die tijd allebei werkloos en begonnen een eettentje. Met de omzet betaalden ze tachtigduizend euro aan toeslagen terug. Het was hard werken, vaak tot diep in de nacht. Ikra durfde de jongsten niet meer naar de opvang te brengen. De oudere kinderen namen de zorgtaak over. Ze kreeg ernstige hartklachten door de ongezonde, stressvolle leefstijl en moest daarom in 2019 zelfs een zwangerschap afbreken. Na een hartoperatie kon ze niet meer terug aan het werk.
Tijdens haar ziekbed slaagden haar man en zoon er niet in de zaak draaiende te houden. Alles ging verloren. Het doet Ikra pijn dat ze haar rol in de familie kwijt is. Haar kinderen zijn van haar vervreemd of verwijten haar het zakelijk fiasco. Haar moeder, die twee straten verderop woont, spreekt ze al jaren niet meer. ‘De schade aan mijn reputatie, mijn eer, die vind ik het ergst. Het is vreemd dat daar in de regelingen niet over gerept wordt.’
Ze moest drie keer bezwaar maken tegen haar integrale beoordeling en naar de rechter stappen om al haar ten onrechte terugbetaalde toeslagen terug te krijgen. Voor de werkelijke schade zit ze nu in een traject. Het zal lastig worden om aan te tonen dat een eigen zaak beginnen noodzakelijk werd door de navorderingen van de fiscus. Ook de gezondheidsschade van Ikra is niet direct het gevolg van de navorderingen, maar van het harde werk om die af te lossen. Aan de andere kant zal niemand ontkennen dat haar leven anders en gelukkiger zou zijn verlopen als ze niet onschuldig zou zijn geprofileerd door vooringenomen fraudejagers. ‘De gedupeerde moet het causaal verband aannemelijk maken’, zegt advocaat Suzanne Arakelyan, ‘en de CWS kan dan toch nog bepalen dat ze dat verband niet zien.’
Zo ontkende de Commissie Werkelijke Schade een verband tussen de terugvorderingen en het faillissement van het koeriersbedrijf van een echtpaar met negen kinderen. Het stel vroeg hun dossier op en daaruit bleek dat een medewerker van de Belastingdienst het verband ten tijde van het faillissement wel benoemde. Een deel van de schade kregen ze alsnog uitbetaald.
Advocaat Eva González Pérez, die een sleutelrol speelde in het aan het licht brengen van de affaire, claimde volgens het Eindhovens Dagblad een miljoen aan schade voor het gastouderbureau van haar man. Ook deze zaak is geschikt voor een onbekend gebleven bedrag.
Wel openbaar zijn de adviezen die worden gegeven door de Bezwaarschriftenadviescommissie. Die deed twee uitspraken over de werkelijke schade van ondernemers. Een cafetariahouder kwam door de terugvordering van toeslag in liquiditeitsproblemen, maar vangt bot. Ook de eigenares van een webwinkel voor rouwartikelen kreeg geen vergoeding voor winstderving. De terugvordering bracht haar zaak in een negatieve spiraal, zo betoogde ze, maar de commissie ziet geen oorzakelijk verband.
Een andere gedupeerde stapte onlangs naar de bestuursrechter. In eerste instantie kende de CWS hem vijftienduizend euro schade toe. De bestuursrechter overwoog dat de vader van vier kinderen en de CWS in ‘een juridisch doolhof zijn beland waarvan zij beiden de uitgang niet meer weten te vinden’. De man had zijn huis verloren en was arbeidsongeschikt geraakt. De rechter kwam op een schadebedrag van ruim vijfhonderdduizend euro. ‘Ruimhartigheid boven precisie’, volgens de uitspraak. Maar de gedupeerde ontvangt niet de gevraagde compensatie voor zijn misgelopen carrière als advocaat. Hij krijgt alleen tienduizend euro voor het afbreken van zijn rechtenstudie.
Veel ondernemers hebben extra schulden moeten maken om hun onderneming te behouden of door te starten. Ze klagen dat ze daarmee onvoldoende worden geholpen. Neem de eigenaar van een uitzendbureau en vader van twee kinderen. Na de terugvorderingen van kinderopvangtoeslag volgden ook andere correcties en naheffingen. ‘Ze zijn bereid de belastingschuld kwijt te schelden’, vertelt hij in zijn verder lege bedrijfspand, ‘met als voorwaarde dat ik mijn onderneming staak. Maar ik ben het niet eens met die belastingschuld. Integendeel, ik moet geld terugkrijgen. En ik kan toch ook niet zomaar stoppen?’
Hij voelt zich onder druk gezet door de afdeling zakelijke schulden van het ministerie van Financiën om zijn handtekening onder een zogenaamde ‘de-minimisverklaring’ te zetten. Hierdoor wordt de kwijtschelding gemaximeerd tot een door de EU toegestaan maximum van driehonderdduizend euro aan staatssteun. ‘Ze zien de hersteloperatie kennelijk als steun, maar ik zie het als schadevergoeding. Omdat ik niet wil tekenen, krijg ik ook geen hulp van andere instanties.’
Volgens de woordvoerder van de Uitvoeringsorganisatie Hersteloperatie zijn dertienhonderd gedupeerde ondernemers bij dit loket aangemeld. ‘We zoeken steeds naar een passende oplossing, inderdaad binnen de kaders van de Europese regelgeving.’ Desondanks zijn veel ondernemers hierover gefrustreerd, blijkt uit de verhalen die we ontvangen. Zo weigerde Financiën de achterstallige pacht te betalen voor een gedupeerde boer in geldnood. Daardoor verloor deze het recht op zijn land en is zijn boerderij niet meer rendabel. De beste sushi-chef van Nederland verloor haar onderneming en werd vanwege huurschulden vier keer uit huis gezet. Ze werkte voor het topsegment van de markt, maar door al haar schulden kan ze nu niet meer leveren. Een ondernemer met een kledingzaak wordt onder druk gezet om te stoppen en genoegen te nemen met een vergoeding voor ziekte, als hij zijn claim voor de werkelijke schade van meer dan een miljoen opgeeft.
De schulden maken verder ondernemen al snel onmogelijk, zo blijkt. Zo mailt een ondernemer: ‘BKR-problemen waardoor we geen lening of startkapitaal konden krijgen. Geen pinapparaat konden aanvragen. Alles waar iets financieels bij aanwezig was of om de hoek kwam kijken werd meteen afgeketst, zonder uitleg waarom.’
Een ander: ‘Omdat ik niet eens een uitkering kon aanvragen was ik noodgedwongen als zzp’er aan het werk te gaan. En omdat ik hele hoge bedragen moest afbetalen aan de Belastingdienst moest ik bepaalde werkzaamheden (prostitutie – red) uitvoeren die mijn leven echt geruïneerd hebben en mij zeer beschadigd hebben. Ik ken nog meer ouders die hetzelfde jammer genoeg hebben moeten doorstaan. Hierdoor staat er ook weer een code achter mijn naam waardoor een normale baan vinden nu ook erg moeilijk is.’
Naast schulden, omzetverlies en faillissement melden ondernemers opvallend veel immateriële schade: verbroken relaties, uit huis geplaatste kinderen, ziekte en suïcides. ‘Afwezige moeder geweest om werkslaaf te moeten zijn’, schrijft een ondernemer. ‘Kids moesten noodgedwongen bij “iemand” waar een van m’n kids zelfs werd misbruikt… achteraf achtergekomen. Kids konden hierdoor niet naar een erkende opvang. Zware vernedering, emotionele schade, niemand geloofde dit probleem, ik werd gezien en behandeld als een problematisch iemand.’
Een ander mailt: ‘Mijn zoon heeft door te klein schoeisel kromme tenen, rugklachten door geen steunzolen te kunnen dragen en ingezakte enkels daardoor.’ ‘Echtgenoot: bloeddrukproblemen, nierfalen’, rapporteert een respondent. ‘Ik zelf 2 x burn-out en antidepressiva. Beiden ernstig verwaarloosd gebit door stress, tandenknarsen. Kinderen nu angstig voor de wereld want als je eigen overheid je dit aandoet wat is dan het toekomstperspectief? Oudste gezakt voor examen: viel samen met wel of niet erkend worden.’
Veel kinderen hebben het zwaar gehad. ‘Niet genoeg eten kunnen kopen’, schrijft een ouder, ‘niet nieuwe kleding kunnen kopen, stress en ruzies, overspannen moeder, overspannen kinderen, verstoorde relatie met kinderen. Geen vakanties, dagjes uit of leuke dingen kunnen doen met de kinderen.’
Staatssecretaris Sandra Palmen (NSC), die de gevolgen van de toeslagenaffaire moet repareren, heeft ondertussen de meeste aanbevelingen van de spoedcommissie-Van Dam overgenomen. Die adviseerde in januari dat relatief eenvoudige zaken kunnen worden afgewikkeld met de forfaitaire bedragen per schadepost van de Stichting Gelijkwaardig Herstel. Of ouders kunnen met hulp van een advocaat hun schade direct bij de UHT claimen.
Het maatwerk, waaronder de moeilijk te berekenen schade van ondernemers, schuift Palmen echter voor zich uit. Terwijl Van Dam een onafhankelijke Commissie Complexe Schadeposten voorstelt, rept Palmen in de kabinetsreactie over een ‘nog te vormen route voor complexe schade’. Anders dan Van Dam noemt ze de ondernemers helemaal niet en ze geeft verder geen details over die route.
De slecht functionerende loketten voor ondernemers worden opgedoekt. Maar de lange rij wachtenden kan nog nergens anders terecht. Wel heeft Palmen, zo schrijft ze de Tweede Kamer, ‘oog voor de uitlegbaarheid, door de relatie tussen de geleden schade en de toeslagenaffaire zo goed mogelijk te borgen’. Ondertussen is advocaat Spiertz druk bezig met procedures bij de civiele rechter. Hij is het vertrouwen kwijt in de beloftes van ruimhartigheid en onafhankelijkheid. De deskundigen die worden ingehuurd door de Belastingdienst taxeren lager dan wanneer ze in overleg met beide partijen worden aangesteld door de rechtbank, zo is Spiertz’ ervaring.
‘Voor de eenvoudige zaken is de methode-Laurentien toereikend, maar complexe zaken, zoals bij ondernemers en toekomstschade, zou ik voorleggen aan een onafhankelijke rechter.’
Huis kwijt, burn-out en bedrijf failliet – De Groene Amsterdammer
.avif)
Laatste artikelen & inzichten
Mijn onderzoek blijf ik actief delen via artikelen, analyses en updates over nieuwe ontwikkelingen.
"DUIZENDEN MKB-ONDERNEMERS ZIJN ALLES KWIJT GERAAKT DOOR NIETS ONTZIENDE FRAUDEJACHT VAN DE BELASTINGDIENST"
ALLES KWIJT GERAAKT EN NIET HERSTELD - RUIMHARTIG HERSTEL VER TE ZOEKEN ONDERNEMERS ZIJN ONTERECHT DRIEDUBBEL GERAAKT EN GEDUPEERD DOOR HET HANDELEN VAN DE BELASTINGDIENST Op 7 mei 2026 heeft op initiatief van de Tweede Kamer, Inge van Dijk (CDA) een gesprek plaatsgevonden op het Ministerie van Financiën, Korte Voorhout 7 in Den Haag. De staatssecretarissen van het Ministerie van Financiën Sandra Palmen (Toeslagen) en Eelco Eerenberg (Belastingdienst) met Paula Bouwer, Stichting Herstel Ongekend Onrecht (die drie ondernemingen verloor) en vertegenwoordigers van de Belangengroep Gedupeerde Ondernemers Toeslagen/FSV/MKB. Aanwezig zijn Alex de Wilde (die een faillissement meemaakte in zijn uitzendbureau, Gulsah Akpinar (die een faillissement meemaakte met haar kinderopvanginstelling) en Joost Allein Richir (die meer dan 40 jaar als jurist bij de Belastingdienst heeft gewerkt en nu voor de stichting werkzaam is als vrijwilliger). Ondernemers hebben volgens de EU ‘de vrijheid om te ondernemen’. Dit recht is hen ontnomen.
'Als er maar één pen fout ligt, dan hang je'
FAILLISSEMENT KINDEROPVANGINSTELLING & REINTEGRATIEBUREAU MOEDER M. EN DOCHTER L. Moeder en dochter hebben een kinderopvanginstelling en een reintegratie-atelier in de Gemeente D. Na langer dan 50 jaar ondernemen, gaat de onderneming ten onder. Een onbetaalde rekening van de Gemeente D. speelt een grote rol. Dochter L. wordt verdacht van fraude met toeslagen. Ondertussen stalkt een wethouder met sms'jes. Toezicht van GGD en Politie volgt. Haar reputatie als ondernemer is ondertussen ernstig geschaad. Zelfs de Rotary wijst haar de deur. Een baan vinden op haar niveau kan ze niet meer vinden, na haar faillissement. Haar moeder kan het allemaal niet meer bolwerken, de angst dat haar kleinzoon uit huis wordt geplaatst is groot. Haar dochter is ook voortdurend in gevaar.